Digitale innovatie rukt ook op in de rechtbankgangen. Met arrest nr. 8915 van 12 december 2024 (gedeponeerd op 4 maart 2025) heeft het Hof van Cassatie, Sectie VI Strafrecht, bepaald dat de lijst van getuigen via gecertificeerde e-mail kan worden verzonden in plaats van fysiek op de griffie te worden gedeponeerd. Een uitspraak die interpretatieve knopen doorhakt over art. 468 c.p.p. en de weg vrijmaakt voor een gestroomlijnder elektronisch beheer van de zitting.
De kwestie ontstond in het proces tegen G. S., waarbij de verdediging haar getuigenlijst via PEC had verzonden. Het Hof van Beroep van Potenza had het elektronische depot als ongeldig beschouwd, terwijl het Hof van Cassatie de beslissing omkeert door te verwijzen naar:
Het college, voorgezeten door G. D. A. en met M. S. G. als rapporteur, benadrukt dat PEC volledig voldoet aan het doel van discovery: het garanderen van tijdige kennisname door partijen en de rechter van het bewijs dat men voornemens is te vergaren.
Het is legitiem om de lijst van getuigen, waarvan de partij de oproeping ter zitting wenst te vragen, per gecertificeerde e-mail te verzenden in plaats van via het voorgeschreven depot op de griffie, aangezien dit een middel is dat, aangepast aan de evolutie van het communicatiesysteem, geschikt is om, bij correcte en volledige ontvangst, de functie van "discovery" te vervullen.
De rechtsoverweging verduidelijkt dat de kern van het probleem niet de vorm is, maar de zekerheid van ontvangst: PEC garandeert datum, tijd en integriteit van het document, en voldoet aan dezelfde vereisten van transparantie en kenbaarheid als voorgeschreven voor papieren depots.
Het Hof van Cassatie neemt afstand van arrest nr. 6883/2017, dat het gebruik van PEC-depots had uitgesloten. In lijn met arresten nrs. 51224/2019 en 23343/2016 erkent het Hooggerechtshof dat het strafproces niet kan blijven vasthangen aan achterhaalde formaliteiten, vooral na de inwerkingtreding van het strafrechtelijke PCT en de Europese bepalingen inzake digitalisering van justitie (zie Verordening eIDAS).
Het uitgedrukte beginsel beantwoordt ook aan de behoefte aan efficiëntie die is vastgelegd in Richtlijn (EU) 2016/343 inzake een eerlijk proces, die de lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat verdachten hun rechten zonder onnodige belemmeringen kunnen uitoefenen.
Voor juridische professionals biedt arrest nr. 8915/2024 waardevolle aanwijzingen:
De uitspraak past in de lijn van wetsbesluit 10/2023 inzake de versterking van het elektronische strafproces, en draagt bij aan de vermindering van kosten, tijd en milieu-impact die gepaard gaan met papieren formaliteiten.
Het Hof van Cassatie bevordert met arrest nr. 8915/2024 een moderne visie op het strafproces, waarin technologie een bondgenoot is van een eerlijk proces en geen formele belemmering. Verdedigers, openbare aanklagers en griffies worden opgeroepen de door PEC geboden kans te benutten om procedures te vereenvoudigen, geschillen over nietigverklaringen te verminderen en de rechtsbedeling efficiënter te maken. Een stap voorwaarts naar een rechtssysteem dat met de tijd meegaat, waar de vorm de rechten blijft beschermen zonder de inhoud te verstikken.