Warning: Undefined array key "nl" in /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php on line 42

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php:42) in /home/stud330394/public_html/template/header.php on line 61
Belastingvoordelen en investeringen in machines: beschikking nr. 29774/2025 van het Hof van Cassatie | Advocatenkantoor Bianucci

Fiscale faciliteiten en investeringen in machines: beschikking nr. 29774/2025 van het Hof van Cassatie

Het onderwerp van fiscale faciliteiten voor ondernemingen staat altijd in het middelpunt van verhitte debatten tussen belastingbetalers en de belastingdienst. Met name de correcte vaststelling van het moment waarop een investering als daadwerkelijk verricht kan worden beschouwd, vormt een cruciaal punt om aanspraak te kunnen maken op aanzienlijke belastingverminderingen en om betwistingen tijdens controles te voorkomen. Onlangs heeft het Hof van Cassatie zich opnieuw over dit aspect uitgesproken met beschikking nr. 29774 van 11 november 2025, waarbij essentiële verduidelijkingen zijn gegeven over de regeling van de zogenaamde 'Tremonti ter' en de toe te passen criteria voor fiscale toerekening.

De reikwijdte van de Tremonti ter en het geschil

Het door de rechters in hoogste instantie geanalyseerde geschil vindt zijn oorsprong in de toepassing van artikel 5, lid 1, van wetsdecreet nr. 78 van 2009. Deze norm voorzag in een belangrijke faciliteit voor ondernemingen: de uitsluiting van het belastbaar inkomen van een bedrag gelijk aan 50% van de waarde van investeringen in nieuwe machines en apparatuur. Het voordeel was echter in de tijd beperkt tot investeringen die werden gerealiseerd tussen 1 juli 2009 en 30 juni 2010. In het onderhavige geval stond de belastingbetaler E. F. tegenover de landsadvocaat (A.) met betrekking tot het recht op dit voordeel, waarbij de Regionale Belastingcommissie van Salerno de belastingbetaler aanvankelijk in het gelijk had gesteld. Het Hof van Cassatie heeft deze uitkomst echter vernietigd en benadrukt dat een strikte interpretatie op basis van de normen van het TUIR noodzakelijk is.

Wat betreft de belastingvrijstelling voor investeringen in machines, vereist de fiscale faciliteit ex art. 5, lid 1, van wetsdecreet nr. 78 van 2009, omgezet met wijzigingen door wet nr. 102 van 2009 (de zgn. Tremonti ter), dat de belastingbetaler in de periode van 1 juli 2009 tot 30 juni 2010 de kosten van dergelijke investeringen daadwerkelijk heeft gedragen, waarbij in dit verband rekening moet worden gehouden met de bepalingen van art. 109, lid 2, onder b), TUIR met betrekking tot dienstverlening.

Deze rechtsregel stelt een fundamenteel principe vast: om te bepalen of een investering al dan niet binnen de gefaciliteerde periode valt, kan men niet willekeurig te werk gaan of zich uitsluitend baseren op mondelinge afspraken of gedeeltelijke betalingen, maar moet men strikt de criteria voor toerekening volgen zoals voorzien in het Wetboek van Inkomstenbelastingen (TUIR). Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat het moment waarop de kosten worden gedragen niet noodzakelijkerwijs samenvalt met de geldelijke uitgave, maar met de fiscale verwezenlijking van de kosten zelf, die voor diensten gekoppeld is aan de voltooiing van de prestatie.

De toepassing van artikel 109 van het TUIR

De verwijzing naar artikel 109 van het TUIR vormt de kern van de beslissing. Deze algemene norm regelt de componenten van het bedrijfsinkomen en stelt objectieve criteria vast voor de temporele toerekening van kosten. Met name voor ondernemingen die aanspraak willen maken op fiscale bonussen gekoppeld aan investeringen, is het essentieel om te onthouden dat kosten als gedragen worden beschouwd:

  • Voor roerende goederen: op de datum van levering of verzending, of, indien dit een latere datum is, op de datum waarop het eigendomsoverdrachtseffect optreedt;
  • Voor dienstverlening: op de datum waarop de prestaties zijn voltooid, ongeacht het moment van betaling van de factuur;
  • In het geval van complexe contracten of contracten met uitstelclausules: bij het vervullen van de specifieke contractuele voorwaarden.

In de context van de Tremonti ter geldt dat, indien een onderneming een dienst of de installatie van een machine heeft besteld, het recht op belastingvrijstelling alleen ontstaat als de prestatie daadwerkelijk is voltooid vóór de fatale termijn van 30 juni 2010. Het is derhalve niet voldoende om een voorlopig contract te hebben ondertekend of een aanbetaling te hebben gedaan als de economische essentie van de verrichting buiten het door de wetgever voorgeschreven tijdsbestek is geperfectioneerd.

Conclusies over de impact voor belastingbetalers

Beschikking nr. 29774/2025 bevestigt de strikte lijn van de jurisprudentie in hoogste instantie om te eisen dat fiscale faciliteiten worden ondersteund door een correcte temporele toerekening van kosten. Voor bedrijven betekent dit dat fiscale planning en het bewaren van documentatie ter ondersteuning van de investeringen (zoals afleveringsbewijzen, vervoersdocumenten of certificaten van voltooiing van werkzaamheden) doorslaggevende elementen worden om belastingnavorderingen en zware sancties te voorkomen. Concluderend herhaalt de uitspraak dat de rechtszekerheid op fiscaal gebied onvermijdelijk verloopt via de naleving van de algemene toerekeningsbeginselen, die dienen als kompas voor zowel de belastingbetaler bij het opstellen van de balans als voor de belastingdienst bij de controle.

Advocatenkantoor Bianucci