Warning: Undefined array key "nl" in /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php on line 42

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php:42) in /home/stud330394/public_html/template/header.php on line 61
Aansprakelijkheid van de wettelijke vertegenwoordiger van een niet-erkende vereniging: de Hoge Raad verduidelijkt met beschikking nr. 17611/2025 de grenzen van de vrijstelling | Advocatenkantoor Bianucci

Aansprakelijkheid van de wettelijke vertegenwoordiger van een niet-erkende vereniging: de Cassatierechter verduidelijkt de grenzen van ontheffing met arrest nr. 17611/2025

Niet-erkende verenigingen zijn pijlers van onze sociale structuur, maar het beheer van hun verantwoordelijkheden, met name de fiscale, kan complex zijn. De figuur van de wettelijke vertegenwoordiger is centraal, en zijn persoonlijke aansprakelijkheid, vooral na het neerleggen van zijn functie, is een delicaat onderwerp. Arrest nr. 17611 van 30/06/2025 van het Hof van Cassatie biedt een fundamentele verduidelijking, waarin de voorwaarden voor ontheffing van aansprakelijkheid krachtens artikel 38 van het Burgerlijk Wetboek worden geschetst. In de zaak die C. tegen A. tegenover elkaar zette, behandelt de uitspraak de toereikendheid van de kennisgeving aan het fiscaal register van het neerleggen van de functie om de voormalige wettelijke vertegenwoordiger te ontslaan van nalatigheden zoals het niet indienen van een belastingaangifte.

Het wettelijk kader: Art. 38 B.W. en niet-erkende verenigingen

Niet-erkende verenigingen, hoewel ze geen rechtspersoonlijkheid bezitten, zijn rechtssubjecten. Artikel 38 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat "Voor de verbintenissen die worden aangegaan door de personen die de vereniging vertegenwoordigen, kunnen derden hun rechten doen gelden op het gemeenschappelijk vermogen. Voor die verbintenissen zijn ook persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk de personen die namens de vereniging hebben gehandeld." Deze bepaling legt een persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid op aan degenen die namens de vereniging hebben gehandeld. Het neerleggen van deze functie vereist daarom aandacht om te voorkomen dat eerdere of toekomstige verantwoordelijkheden op de voormalige vertegenwoordiger drukken.

Arrest 17611/2025: Meer dan de formaliteit van de kennisgeving

De Cassatierechter heeft met arrest nr. 17611 van 2025 onderzocht of de loutere kennisgeving van het neerleggen van de functie van wettelijke vertegenwoordiger aan het fiscaal register (krachtens koninklijk besluit nr. 605 van 1973) voldoende is om te worden ontheven van de aansprakelijkheid ex art. 38 B.W. voor het niet indienen van de belastingaangifte. Het Hof heeft het formele aspect afgewogen tegen het materiële aspect, en benadrukt dat de eenvoudige kennisgeving niet altijd volstaat.

Inzake een niet-erkende vereniging is de kennisgeving van het neerleggen van de functie van wettelijke vertegenwoordiger - via een speciaal model - aan het fiscaal register, krachtens de artikelen 1, 2 en 7 van koninklijk besluit nr. 605 van 1973, niet voldoende om te worden ontheven van de aansprakelijkheid ex art. 38 B.W. voor de niet-ingediende belastingaangifte van de vereniging, indien de activiteit in concreto is voortgezet, noch vormt het een onmisbare voorwaarde voor de ontheffing van die aansprakelijkheid indien de administratie ondubbelzinnig heeft vernomen dat op het moment van het verstrijken van de termijnen voor de aangifte van inkomsten, die in concreto niet is ingediend, de persoon de functie niet meer bekleedde.

Deze uitspraak is van fundamenteel belang en biedt twee richtlijnen:

  • Formele kennisgeving niet voldoende: De loutere kennisgeving aan het fiscaal register ontslaat niet van aansprakelijkheid als de vereniging haar activiteiten voortzet en de fiscale verplichtingen blijven bestaan. Een daadwerkelijke beëindiging van de rol en een duidelijke overgang zijn noodzakelijk.
  • Ondubbelzinnige kennis van de administratie doorslaggevend: Ontheffing is ook mogelijk zonder specifieke formele kennisgeving, indien de belastingdienst met zekerheid heeft vernomen dat de persoon op het moment van de nalatigheid niet meer in functie was. De bewijslast van deze kennis ligt bij de voormalige vertegenwoordiger (art. 2697 B.W.).

Conclusies en aanbevelingen

Arrest nr. 17611 van 2025 van het Hof van Cassatie is een belangrijk referentiepunt voor wettelijke vertegenwoordigers van niet-erkende verenigingen. Een louter formele kennisgeving volstaat niet om van alle aansprakelijkheid te worden ontslagen; het is essentieel dat het neerleggen van de functie daadwerkelijk is en dat de belastingdienst daar ondubbelzinnig van op de hoogte is. Zorgvuldigheid bij het beheer van de overgang en het vermogen om de kennis van de administratie aan te tonen, zijn cruciaal voor zelfbescherming. Het wordt altijd aanbevolen om juridisch advies in te winnen voor een correct beheer van dergelijke overgangen.

Advocatenkantoor Bianucci