Het beheer van de veiligheid binnen gebouwen en op bouwplaatsen vormt sinds jaar en dag een van de meest actuele en complexe thema's binnen het civiel recht en het arbeidsrecht. Wanneer zich een ongeval voordoet, vereist de vaststelling van de aansprakelijkheid een zorgvuldige analyse van het causaal verband tussen de staat van de locatie en de gedragingen van de benadeelde. Over dit delicate evenwicht heeft het Hof van Cassatie zich onlangs uitgesproken met beschikking nr. 31209 van 30 november 2025, waarbij een fundamentele verduidelijking werd gegeven over de risicoaansprakelijkheid van de bewaarder op grond van art. 2051 van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek (c.c.).
De zaak vindt zijn oorsprong in een ernstig ongeval dat een arbeider overkwam in een bedrijfshal die in aanbouw was. Het pand, eigendom van een mede-eigenaar aangeduid met de initiaal I., was verstoken van de meest elementaire veiligheidsvoorzieningen, zoals trappen, liften en leuningen. De arbeider was gevallen vanaf een platform dat werd opgetild door een vorkheftruck, die werd gebruikt om goederen op de bovenverdieping op te slaan. In de feitelijke instanties had het Hof van Beroep van L'Aquila de aansprakelijkheid van de mede-eigenaar uitgesloten, waarbij de nadruk werd gelegd op het onvoorzichtige gedrag van de werknemer en het oneigenlijk gebruik van het voertuig. Het Hof van Cassatie heeft deze beslissing echter vernietigd en de zaak terugverwezen.
De beslissing van de rechters in cassatie is gebaseerd op een kernbeginsel inzake toezicht, dat de bewaarder niet toestaat zich gemakkelijk te onttrekken aan zijn aansprakelijkheid wanneer de zaak die aan hem is toevertrouwd op zichzelf gevaarlijk is. Hieronder volgt de rechtsregel zoals geformuleerd door het Hof:
In het kader van de aansprakelijkheid ex art. 2051 c.c., wanneer de zaak intrinsiek en objectief gevaarlijk is - en derhalve ongeschikt voor het beoogde gebruik -, kan de causale bijdrage ervan aan het schadeveroorzakende evenement niet worden uitgesloten op grond van het enkele feit dat het gelijktijdige verwijtbare gedrag van het slachtoffer het gebruik ervan in die zin mogelijk heeft gemaakt.
Dit beginsel onderstreept hoe de intrinsieke gevaarlijkheid van het goed (in dit specifieke geval een nog niet voltooide bedrijfshal zonder beveiliging) een actieve causale rol blijft spelen bij het ontstaan van de schade. Het verwijtbare gedrag van de benadeelde heft de nalatigheid van de bewaarder, die de toegang tot een onveilige locatie heeft toegestaan, niet op.
Om de reikwijdte van de uitspraak volledig te begrijpen, is het noodzakelijk om de criteria in herinnering te roepen die de aansprakelijkheid voor zaken onder toezicht regelen. Om te worden ontheven van aansprakelijkheid, moet de bewaarder overmacht aantonen, oftewel een uitzonderlijke, onvoorzienbare en onvermijdelijke gebeurtenis. De belangrijkste elementen om te overwegen zijn:
Met beschikking nr. 31209/2025 bevestigt het Hof van Cassatie met klem dat de bescherming van gezondheid en veiligheid niet kan worden omzeild door de volledige schuld af te schuiven op de onvoorzichtigheid van de werknemer, zeker niet wanneer de werkplekken objectief onveilig zijn en niet beschikken over de noodzakelijke vergunningen. Voor eigenaren en bewaarders van onroerend goed vormt deze uitspraak een strenge waarschuwing: het toezicht brengt de actieve verplichting met zich mee om risico's te voorkomen door het gebruik van structuren die niet voldoen aan de veiligheidsnormen te verhinderen.