Transparantie bij openbare aanbestedingen is cruciaal. Het Arrest van het Hof van Cassatie nr. 24341 van 2025 (gedeponeerd op 02/07/2025), voorgezeten door A. C. en met rapporteur P. D. G., biedt fundamentele verduidelijkingen over het onderscheid tussen het misdrijf van verstoring van de vrijheid van openbare inschrijvingen (art. 353 c.p.) en dat van verstoring van de vrijheid van de contractkeuzeprocedure (art. 353-bis c.p.). Deze uitspraak, die het arrest van het Hof van Beroep van Milaan van 25/10/2024 voor de beklaagde M. F. zonder verwijzing vernietigde, is essentieel voor het begrijpen van de juridische en praktische gevolgen in de sector van openbare opdrachten.
Zowel artikel 353 als 353-bis van het Wetboek van Strafrecht strekken ertoe de regelmatigheid van de procedures voor contractkeuze te beschermen. Artikel 353 c.p. bestraft frauduleuze gedragingen die de aanbesteding in de vergelijkende fase verstoren. Artikel 353-bis c.p., ingevoerd in 2010, breidt de bescherming uit tot onrechtmatige gedragingen die plaatsvinden in fasen die voorafgaan aan of verschillen van de loutere wijziging van de aanbesteding, en dekt de gehele procedure van contractkeuze.
Het Arrest nr. 24341 van 2025 schetst nauwkeurig de grens tussen de twee feiten. De maxima van het Hof van Cassatie stelt:
Het misdrijf bedoeld in art. 353-bis c.p. wordt geconfigureerd in het geval waarin de gedraging gericht op het bevoordelen van een van de mogelijke contractanten reeds bij de opstelling van de aanbestedingsoproep of een gelijkwaardige akte plaatsvindt, ongeacht de daadwerkelijke impact die deze heeft op de keuze van de contractant of op de correctheid van de aanbesteding, terwijl het misdrijf van art. 353 c.p. alleen kan worden geconfigureerd indien de onrechtmatige gedragingen worden uitgevoerd na de goedkeuring van de aanbestedingsoproep en de vergelijkende procedure verstoren.
Dit gedeelte is cruciaal. Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat art. 353-bis c.p. van toepassing is wanneer het onrechtmatige zich reeds manifesteert bij de “opstelling van de aanbestedingsoproep”, zelfs zonder een daadwerkelijke impact op de eindresultaat. Het is een gevaarsmisdrijf. Artikel 353 c.p. vereist daarentegen een verstoring van de “vergelijkende procedure” na de goedkeuring van de aanbestedingsoproep. Dit temporele onderscheid is de sleutel van de uitspraak.
Arrest 24341/2025 breidt de strafrechtelijke bescherming stroomopwaarts uit, inclusief pre-aanbestedingsgedragingen zoals:
Deze interpretatie versterkt de verplichting tot onpartijdigheid en transparantie van de Publieke Administratie vanaf het ontstaan van de aanbesteding, en gaat zo concurrentiebeperkingen en begunstiging tegen. Het is een waarschuwing voor alle betrokkenen.
De implicaties van dit arrest zijn significant. Voor ambtenaren van de Publieke Administratie legt het meer strengheid op bij de opstelling van aanbestedingsoproepen, waarbij vereist wordt dat elke clausule objectief gerechtvaardigd is. Voor bedrijven biedt het een extra instrument om onrechtmatige daden aan te klagen die zich in voorbereidende fasen manifesteren. Deze beslissing sluit aan bij de Europese beginselen van transparantie en concurrentie, en versterkt de legaliteit op de interne markt.
Het Arrest van het Hof van Cassatie nr. 24341 van 2025 is een vaststaand punt. Het verduidelijkt de reikwijdte van art. 353-bis c.p., en breidt de bescherming van de legaliteit uit naar de initiële fasen van de opstelling van de aanbestedingsoproep. De nadruk op de mogelijkheid van het misdrijf “ongeacht de daadwerkelijke impact” versterkt het preventieve karakter van de norm. Voor operatoren en Publieke Administraties is het begrijpen van deze onderscheidingen van vitaal belang. Gekwalificeerde juridische bijstand is onmisbaar om de correctheid van de procedures te waarborgen en onrechtmatige daden te voorkomen, ten gunste van het publieke belang en eerlijke concurrentie.