Het arrest nr. 15189 van 06-06-2025 van het Hof van Cassatie, met voorzitter L. T. en rapporteur A. C., verduidelijkt de bevoegdheid voor beroepen tegen beschikkingen van de voogd in het kader van ondersteunend beheer. Een fundamentele uitspraak, vooral met betrekking tot de wijzigingen die zijn doorgevoerd door de "Cartabia Hervorming" (Wetsdecreet 149/2022), cruciaal voor familierecht en de bescherming van personen.
Ondersteunend beheer is een essentieel instrument voor de bescherming van personen met verminderde capaciteiten. De voogd vaardigt essentiële beschikkingen uit. De Cartabia Hervorming heeft nieuwe procesregels geïntroduceerd, wat vragen oproept over de bevoegdheid voor beroepen. De zaak (A. C. E. tegen M.) betrof de toepassing van "tempus regit actum" op beroepen die zijn ingesteld na 28 februari 2023, de datum waarop de nieuwe bepalingen in werking traden.
De bevoegdheid voor rechtszaken die betrekking hebben op het beroep tegen beschikkingen van de voogd in het kader van ondersteunend beheer, uitgevaardigd na 28 februari 2023, berust bij de rechtbank en niet bij het hof van beroep, aangezien het principe van "tempus regit actum", krachtens hetwelk de "ius superveniens" onmiddellijke toepassing vindt in procesrechtelijke aangelegenheden, verwijst naar de individuele te verrichten handelingen, geïsoleerd beschouwd, en niet naar het geheel van regels die systematisch zijn georganiseerd met het oog op de rechterlijke beslissing, zoals het geval is bij ondersteunend beheer, waarbij de verschillende procedurele segmenten niet geïsoleerd van belang zijn, maar instrumenteel zijn om de algehele uitvoering van de procedure in de loop van de tijd te waarborgen.
Met deze uitspraak stelt het Hof van Cassatie dat de bevoegdheid voor beroepen tegen beschikkingen van de voogd in ondersteunend beheer, ingesteld na 28 februari 2023, bij de Rechtbank ligt, zelfs als de procedure eerder was gestart. De "tempus regit actum" is van toepassing op individuele handelingen, niet op de gehele ADS-procedure, die als een uniform en continu "systeem" wordt beschouwd. De stappen ervan zijn niet geïsoleerd, maar functioneel voor de duurzame bescherming van de bewindvoerder. De datum van instelling van het beroep bepaalt de bevoegdheid.
Het arrest nr. 15189/2025, in lijn met eerdere uitspraken (arrest nr. 32365/2024), biedt duidelijke richtlijnen. De nieuwe bepalingen van Wetsdecreet 149/2022 (art. 473 bis nr. 58, 720 bis lid 2 c.p.c., art. 35 lid 1 Wetsdecreet 149/2022) hebben het civiele recht geherstructureerd. Het toewijzen van de bevoegdheid aan de Rechtbank voor beroepen na 28 februari 2023 beoogt de behandeling te centraliseren en efficiënter te maken. De belangrijkste gevolgen:
Deze oriëntatie is cruciaal voor een effectieve bescherming van kwetsbare personen.
Het arrest van het Hof van Cassatie nr. 15189 van 2025 is een onmisbaar referentiepunt voor de nieuwe regels inzake ondersteunend beheer. Door de bevoegdheid van de Rechtbank voor beroepen die na 28 februari 2023 zijn ingesteld te verduidelijken, heeft het Hooggerechtshof een gezaghebbende interpretatie gegeven van "tempus regit actum", waarbij de continue aard van beschermingsprocedures wordt benadrukt. Een beslissing die de rechtszekerheid en de effectiviteit van de rechtspraak versterkt in een sector van groot sociaal belang.