Op het complexe en delicate gebied van medische aansprakelijkheid is de rol van gerechtelijke expertise (CTU) van fundamenteel belang. Het is door de onpartijdige analyse van deskundigen dat de rechter de correctheid van de medische handelingen en het eventuele causale verband met de door de patiënt geleden schade kan vaststellen. Een recente uitspraak van het Hooggerechtshof van Cassatie, arrest nr. 15594 van 11 juni 2025, biedt een essentiële verduidelijking over de toepassing van artikel 15 van de Gelli-Bianco wet (Wet nr. 24 van 2017), betreffende de collegialiteit van de CTU in medische aansprakelijkheidsprocedures. Deze beslissing, waarbij de partijen Q. (C. F.) en A. (C. M. G.) tegenover elkaar stonden, heeft een eerdere uitspraak van het Hof van Beroep van Venetië vernietigd en verwezen, en daarmee een duidelijk pad uitgestippeld voor de Italiaanse rechtbanken.
Wet nr. 24 van 2017, bekend als de Gelli-Bianco wet, heeft significante wijzigingen geïntroduceerd op het gebied van medische aansprakelijkheid, met als doel de bescherming van de patiënt en de bescherming van zorgverleners in evenwicht te brengen. Een van de meest innovatieve aspecten is te vinden in artikel 15, dat specifieke vereisten vaststelt voor de benoeming van gerechtelijke deskundigen en taxateurs in medische aansprakelijkheidsprocedures. In het bijzonder bepaalt de norm dat de opdracht wordt toevertrouwd aan een college van deskundigen, bestaande uit een gerechtelijk geneeskundige en een of meer specialisten in de discipline die de zaak betreft. Deze collegialiteit beoogt een completere en diepgaandere evaluatie te garanderen, waardoor het risico op fouten of partijdigheid wordt verminderd.
Deze bepaling maakt deel uit van een procesrechtelijk kader dat vaak, voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling, een preventieve technische beoordeling voorziet ter schikking van het geschil, geregeld in artikel 696-bis van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De centrale vraag die aan het Hof van Cassatie werd voorgelegd, betrof de toepasselijkheid van artikel 15 van de Gelli-Bianco wet op inhoudelijke procedures die na de inwerkingtreding ervan waren gestart, in het geval dat de preventieve technische expertise eerder was uitgevoerd, volgens de voorheen geldende regels en zonder het vereiste van collegialiteit.
De uitspraak van het Hof van Cassatie nr. 15594 van 11 juni 2025 behandelt precies deze delicate kwestie en stelt een rechtsbeginsel van aanzienlijke impact vast. Het Hof herhaalde de toepassing van het principe van tempus regit actum, volgens hetwelk de toepasselijke wet die is die van kracht is op het moment dat de proceshandeling wordt verricht. Dit betekent dat artikel 15 van de Gelli-Bianco wet van toepassing is op alle inhoudelijke procedures die na de inwerkingtreding ervan zijn gestart.
Artikel 15 van wet nr. 24 van 2017 (betreffende de te observeren vereisten voor de "benoeming van gerechtelijke deskundigen en taxateurs in medische aansprakelijkheidsprocedures") is, op basis van het principe tempus regit actum, van toepassing op alle inhoudelijke procedures die na de inwerkingtreding ervan zijn gestart, zodat, zelfs in het geval dat vóór de inwerkingtreding van deze wet de preventieve technische expertise ter schikking van het geschil ex artikel 696-bis Rv. is uitgevoerd volgens de voorheen geldende regels en zonder het vereiste van collegialiteit van de opdracht in acht te nemen, de rechter in de inhoudelijke procedure - met behoud van de formaliteit van de expertise en de bijbehorende verkrijging - verplicht is om het principe van collegialiteit van het genoemde artikel 15 te implementeren, door middel van de vernieuwing ervan en het toevertrouwen van de bijbehorende opdracht aan een college van deskundigen die voldoen aan de vereisten van de bovengenoemde bepaling.
Deze rechtsoverweging verduidelijkt een fundamenteel punt: zelfs als een preventieve technische beoordeling (ATP) is uitgevoerd in overeenstemming met de regels van vóór de inwerkingtreding van de Gelli-Bianco wet en zonder de collegialiteit die door artikel 15 wordt opgelegd, en de verkrijging ervan in de processtukken van de inhoudelijke procedure als formeel geldig wordt beschouwd, is de rechter in de inhoudelijke procedure desalniettemin verplicht om het principe van collegialiteit te implementeren. Dit vertaalt zich in de noodzaak om de technische expertise te vernieuwen en de opdracht toe te vertrouwen aan een college van deskundigen dat voldoet aan de door artikel 15 gestelde vereisten. Met andere woorden, de geldigheid van de ATP ontslaat de rechter in de daaropvolgende inhoudelijke procedure niet van de plicht om ervoor te zorgen dat de technische evaluatie wordt uitgevoerd volgens de nieuwe collegiale normen, indien de procedure na de inwerkingtreding van de wet is gestart.
De gevolgen van deze uitspraak zijn significant voor alle betrokkenen bij medische aansprakelijkheidsprocedures:
Het principe van tempus regit actum, aangehaald door het Hof van Cassatie, vindt zijn grondslag in artikel 11 van de Preleggi, dat de werking van de wet in de tijd regelt. Dit arrest, dat ook eerdere uitspraken (zoals nr. 13038 van 2024 en nr. 13060 van 2024) aanhaalt, consolideert de jurisprudentiële oriëntatie gericht op het versterken van procesgaranties in de delicate sector van medische aansprakelijkheid.
Arrest nr. 15594 van 2025 van het Hof van Cassatie vertegenwoordigt een vast punt in de interpretatie van artikel 15 van de Gelli-Bianco wet. Door de verplichting tot collegialiteit van de gerechtelijke expertise in medische aansprakelijkheidsprocedures te herhalen, zelfs wanneer een eerdere niet-collegiale preventieve technische beoordeling formeel is verkregen, zorgt het Hooggerechtshof ervoor dat de principes van volledigheid en onpartijdigheid altijd centraal staan in de gerechtelijke beoordeling. Deze uitspraak is van fundamenteel belang om een eerlijker en transparanter recht te garanderen, meer rechtszekerheid te bieden en bij te dragen aan een betere bescherming voor zowel patiënten als zorgverleners. Voor ons advocatenkantoor is het essentieel om op de hoogte te blijven van dergelijke jurisprudentiële ontwikkelingen om onze cliënten de best mogelijke strategie en juridische vertegenwoordiging te bieden.