Het Hof van Cassatie heeft met arrest nr. 21499 van 27/03/2025 (gedeponeerd op 06/06/2025) een fundamentele verduidelijking gegeven inzake persoonlijke preventieve maatregelen. Deze uitspraak, waarbij V. M. de beklaagde was en Dott. M. M. Monaco de rapporteur, vernietigt de beslissing van het Hof van Beroep van Bari van 06/02/2024 en bakent de reikwijdte af van het verbod op deelname aan openbare bijeenkomsten voor personen die onder speciaal toezicht staan, met directe implicaties voor de toepassing van Decreetwet 6 september 2011, nr. 159.
Persoonlijke preventieve maatregelen, zoals speciaal toezicht op de openbare veiligheid, zijn instrumenten om misdrijven te voorkomen door personen die als sociaal gevaarlijk worden beschouwd. Artikel 8 van Decreetwet 159/2011 (de "Antimaffia Code") stelt de voorschriften vast. Lid 4 legt het verbod op om "niet deel te nemen aan openbare bijeenkomsten". Het Hof van Cassatie heeft zich gebogen over de toepasbaarheid van dit verbod op sportevenementen.
De kern van arrest 21499/2025 is het duidelijke onderscheid tussen "bijeenkomsten op een openbare plaats" en "sportevenementen op een plaats die voor het publiek toegankelijk is". Het Hooggerechtshof heeft verduidelijkt dat het algemene voorschrift van artikel 8, lid 4, uitsluitend betrekking heeft op bijeenkomsten op een intrinsiek openbare plaats, die vrij toegankelijk is. Sportevenementen, hoewel toegankelijk voor het publiek (met gereguleerde toegang), vallen niet automatisch onder deze categorie.
De hoofdgedachte van het arrest verduidelijkt verder:
Inzake persoonlijke preventieve maatregelen, heeft het voorschrift om niet deel te nemen aan openbare bijeenkomsten, dat in elk geval moet worden opgelegd bij de toepassing van speciaal toezicht op de openbare veiligheid, overeenkomstig artikel 8, lid 4, van decreetwet 6 september 2011, nr. 159, uitsluitend betrekking op bijeenkomsten op een openbare plaats, en omvat derhalve geen sportevenementen die plaatsvinden op een plaats die voor het publiek toegankelijk is. (In de motivering heeft het Hof toegevoegd dat wanneer, gezien de concrete gevaarlijkheid van de persoon, het noodzakelijk wordt geacht hem te beletten bepaalde sportevenementen bij te wonen, dit aanvullende voorschrift kan worden opgelegd krachtens het vijfde lid van de genoemde bepaling).
Het Hof heeft gespecificeerd dat een specifiek verbod op deelname aan sportevenementen, indien noodzakelijk vanwege de concrete gevaarlijkheid van de persoon, moet worden opgelegd krachtens artikel 8, lid 5, van Decreetwet 159/2011, dat gerichte aanvullende voorschriften toestaat. Zonder een dergelijke specifieke bepaling, strekt het algemene verbod zich niet uit tot sportevenementen. Deze strikte interpretatie is in overeenstemming met de beginselen van nauwkeurigheid van beperkingen op persoonlijke vrijheid, zoals ook vastgelegd in het arrest van de Verenigde Kamers nr. 46595 van 2019.
Dit arrest heeft aanzienlijke gevolgen:
Arrest nr. 21499 van 2025 van het Hof van Cassatie is een belangrijk referentiepunt voor preventieve maatregelen. Het herbevestigt de noodzaak van een strikte interpretatie van de normen die vrijheden beperken, door duidelijk onderscheid te maken tussen verschillende soorten plaatsen. De tussenkomst van het Hooggerechtshof benadrukt hoe de afweging tussen openbare veiligheid en fundamentele rechten met precisie en garantie moet plaatsvinden, waarbij specifieke motiveringen en voorschriften vereist zijn voor verdere beperkingen. Deze garantistische benadering is essentieel voor een effectief en beginselvast rechtssysteem.