Warning: Undefined array key "nl" in /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php on line 42

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php:42) in /home/stud330394/public_html/template/header.php on line 61
Cassazione penale n. 12436/2024: verduistering op PREU en geen schadevergoeding voor de concessiehouder | Advocatenkantoor Bianucci

Cassazione penale nr. 12436/2024: verduistering van de PREU en geen schadevergoeding voor de concessiehouder

De uitspraak die we bespreken – Cass. pen., afd. VI, arrest van 6 november 2024 (gedeponeerd op 31 maart 2025), nr. 12436 – behandelt een terugkerend knelpunt in de sector van legale kansspelen: wie kan worden aangemerkt als «benadeelde partij» wanneer de exploitant zich de door de staat geheven belasting (PREU) toe-eigent die aan de schatkist verschuldigd is? Het Hof antwoordt door de concessiehouder deze kwalificatie te ontzeggen en bijgevolg het recht op vergoeding van immateriële schade te weigeren. Laten we kijken waarom.

De casus

De beklaagde S. G., exploitant van speelautomaten conform art. 110 TULPS, werd beschuldigd van verduistering omdat hij bedragen die bestemd waren voor de PREU had ingehouden. Het Hof van Beroep van Salerno achtte het misdrijf bewezen en kende de concessiehouder een schadevergoeding toe voor immateriële schade. In cassatie klaagde het Openbaar Ministerie over schending van art. 314 c.p. en 185 c.p.: volgens de klager zou de concessiehouder geen eigen schade lijden, aangezien het geld publiek eigendom is vanaf het moment van inning.

Inzake verduistering, de concessiehouder, in geval van toe-eigening van de door de staat geheven belasting door de exploitant of de houder van legale speelautomaten als bedoeld in art. 110, zesde en zevende lid, TULPS, heeft niet de hoedanigheid van benadeelde partij bij het misdrijf, aangezien het geïnde geld vanaf het moment van inning toebehoort aan de publieke administratie, zodat hij geen recht heeft op vergoeding van immateriële schade.

De kern van de motivering is hierin gelegen: het Hof verwijst naar de Sezioni Unite nr. 6087/2021 en herhaalt dat de PREU «publiek» ontstaat; de exploitant treedt op als loutere solvens namens de staat. Hieruit vloeien gevolgen voort op strafrechtelijk en civielrechtelijk gebied.

De publieke aard van de PREU en de figuur van «benadeelde partij»

Om de hoedanigheid van benadeelde partij te kunnen vaststellen, is een direct en onmiddellijk belang vereist dat door het misdrijf is geschaad. Bij verduistering (art. 314 c.p.) valt dit belang samen met de eigendom van het goed. De PREU, conform art. 1, lid 498, l. 266/2005, is een belasting die de speler treft, maar die door de exploitant slechts in transit via de concessiehouder wordt afgedragen. Het geld is dus van de staat vanaf de inning. De concessiehouder treedt op als contractuele hulpkracht van het Agentschap van Douane en Monopolies; als de exploitant het bedrag inhoudt, schaadt hij uitsluitend het publieke vermogen.

  • Art. 314 c.p.: verduistering beschermt het goed functioneren en het vermogen van de PA.
  • Art. 1223 en 2059 c.c.: immateriële schade is alleen vergoedbaar indien het belang eigen en niet dat van een ander is.
  • Art. 110, leden 6-7, TULPS: definiëren de keten exploitant-concessiehouder-staat.

Hieruit volgt dat de concessiehouder hooguit verhaal kan zoeken voor het deel van de boete of contractuele boete die in de concessie is voorzien, maar geen civiele partij kan worden voor immateriële schade in de strafprocedure.

De gevolgen voor de schadevergoeding en de forensische praktijk

Het uitsluiten van de bevoegdheid van de concessiehouder om immateriële schade te vorderen, heeft twee praktische gevolgen:

  1. Bij onderzoeken zal zijn aangifte niet de status van benadeelde partij hebben (art. 408 c.p.p.); hij kan de feiten wel melden, maar geniet niet de bijbehorende rechten (bv. verzet tegen een verzoek tot seponering).
  2. In rechte kan hij geen civiele partij worden voor immateriële schade; hij kan echter wel vergoeding van materiële schade vorderen indien hij een eigen economisch gevolg aantoont (bv. boetes of dekkingskosten).

De beslissing past in een jurisprudentiële lijn die, ook in het licht van art. 83 VWEU en de EU-richtlijnen inzake online kansspelen, gericht is op het versterken van de bescherming van de schatkist en het vereenvoudigen van de identificatie van de werkelijk benadeelde partij bij misdrijven tegen de PA.

Conclusies

Het arrest nr. 12436/2024 verduidelijkt een essentieel principe: bij verduistering van de PREU is de concessiehouder geen directe benadeelde, omdat het geld vanaf de inning van de staat is. Advocaten die concessiehouders bijstaan, zullen hun schadeclaims dus moeten richten op contractueel gebied, en moeten zich onthouden van civiele partijstelling voor immateriële schade die tot afwijzing gedoemd is. Voor de verdediging van de exploitanten bevestigt de beslissing de verzwarende omstandigheid van de subjectieve hoedanigheid van ambtenaar in openbare dienst, maar beperkt het aantal personen dat bevoegd is om in rechte schadevergoeding te eisen, met gevolgen ook voor de berekening van eventuele schadevergoedingsaanbiedingen in de fase van schikking.

Advocatenkantoor Bianucci