Warning: Undefined array key "nl" in /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php on line 42

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php:42) in /home/stud330394/public_html/template/header.php on line 61
Bevoegdheid van MEF en Consob bij Sancties tegen Wettelijke Accountants: Analyse van Verordening nr. 15627/2025 | Advocatenkantoor Bianucci

Bevoegdheid van MEF en Consob bij Sancties tegen Wettelijke Accountants: Analyse van Verordening nr. 15627/2025

Het wettelijke kader voor wettelijke controle in Italië is complex en vereist duidelijkheid over de verantwoordelijkheden van toezichthoudende instanties. Verordening nr. 15627, gedeponeerd op 11 juni 2025 door het Hof van Cassatie, is een cruciaal referentiepunt voor het interpreteren van de grenzen tussen het Ministerie van Economie en Financiën (MEF) en de Nationale Commissie voor Vennootschappen en Beurs (Consob) met betrekking tot administratieve sancties tegen accountants en accountantskantoren. Deze uitspraak, die een beslissing van het Hof van Beroep van Milaan van 24 januari 2023 in de zaak tussen C. (E. M. L.) en B. vernietigde en verwees, biedt fundamentele inzichten voor professionals in de sector.

De Wettelijke Context en de Verdeling van Bevoegdheden

Wettelijke controle is geregeld bij wetsbesluit nr. 39/2010, wat essentieel is voor het waarborgen van kwaliteit en onafhankelijkheid. De verdeling van sanctiebevoegdheden tussen het MEF (algemeen toezicht) en Consob (toezicht op beursgenoteerde vennootschappen en EIP's) heeft tot onzekerheid geleid. De vraag was: welk criterium voor het opleggen van sancties? Het Hof, dat ook eerdere uitspraken zoals nr. 8583 van 2018 aanhaalde, concentreerde zich op de artikelen 21 en 22 van wetsbesluit nr. 39 van 2010.

De Maxima van Verordening nr. 15627/2025: Een Cruciale Verduidelijking

De kern van Verordening nr. 15627/2025 is de verduidelijking van het criterium voor de verdeling van bevoegdheden. Het Hooggerechtshof heeft de volgende maxima geformuleerd:

Inzake de administratieve procedure gericht op het opleggen van sancties tegen wettelijke accountants en wettelijke accountantskantoren, wordt het criterium voor de verdeling van bevoegdheden tussen het Ministerie van Economie en Financiën (MEF) en de Nationale Commissie voor Vennootschappen en Beurs (Consob) bepaald, ex art. 21 en 22 van wetsbesluit nr. 39 van 2010, niet op objectief niveau op basis van de aard van de gecontroleerde entiteit, maar op subjectief niveau op basis van het algemene type opdrachten uitgevoerd in de controleactiviteit.

Deze verklaring is van fundamenteel belang. Het Hof, voorgezeten door Dr. M. Falaschi en met Dr. R. Caponi als rapporteur, heeft verduidelijkt dat de bevoegdheid niet afhangt van de "aard van de gecontroleerde entiteit" (bijv. beursgenoteerde vennootschap), maar van het "algemene type opdrachten uitgevoerd". Dit verlegt de focus van de passieve entiteit van de audit naar het type activiteit van de accountant, wat een specifieker criterium biedt.

Voorbeelden van opdrachten:

  • Wettelijke controle van de jaarrekeningen van niet-beursgenoteerde vennootschappen.
  • Wettelijke controle van de jaarrekeningen van entiteiten van openbaar belang (EIP's).
  • Opdrachten voor specifieke boekhoudkundige verificatie.

Het principe suggereert dat de bevoegdheid geworteld is in de aard van de opdracht. Indien een accountant opdrachten uitvoert binnen de primaire toezichtssfeer van Consob (zoals de controle van beursgenoteerde vennootschappen), zal laatstgenoemde de bevoegde autoriteit zijn voor sancties met betrekking tot dergelijke specifieke opdrachten.

Praktische Implicaties voor Accountants en Vennootschappen

Deze interpretatie heeft aanzienlijke gevolgen. Het vereist meer aandacht voor de classificatie van opdrachten en het begrip van de toepasselijke regelgeving. Het onderscheid is niet langer gebaseerd op een eenvoudige dichotomie "beursgenoteerde/niet-beursgenoteerde vennootschap", maar op een meer gedetailleerde beoordeling van de controle-dienstverlening.

Accountantskantoren zullen nauwkeurige interne procedures moeten opstellen om het toezichts- en sanctieregime voor de verschillende opdrachten te identificeren. De beslissing van het Hof van Cassatie, die ook Verordening EU nr. 537/2014 en wetsbesluit nr. 385/1993 aanhaalt, benadrukt de complexiteit van het wettelijke kader. Een duidelijke definitie van bevoegdheden is essentieel voor de effectiviteit van controle- en sanctieacties.

Conclusies

Verordening nr. 15627/2025 van het Hof van Cassatie is een sleutelreferentie voor de correcte identificatie van de sanctiebevoegdheid tussen het MEF en Consob bij wettelijke controle. Door een puur objectief criterium te verlaten, heeft het Hooggerechtshof gekozen voor een "subjectieve" benadering, verankerd in het specifieke type uitgevoerde opdrachten. Deze uitspraak versterkt de rechtszekerheid en biedt een waardevolle leidraad voor accountants, accountantskantoren en toezichthoudende instanties. Het correct begrijpen en toepassen van dit principe is cruciaal om volledige naleving van de regelgeving te waarborgen en de transparantie van de markt te beschermen.

Advocatenkantoor Bianucci