De recente uitspraak van de Corte di Cassazione (Hof van Cassatie), Arrest nr. 24273 van 28 februari 2025 (gedeponeerd op 1 juli 2025), vormt een fundamenteel referentiepunt voor het begrip en de toepassing van het misdrijf van het aanwenden van geld, goederen of voordelen van illegale oorsprong, geregeld in artikel 648-ter van het Wetboek van Strafrecht. Deze beslissing, die een eerdere uitspraak van het Hof van Beroep van Milaan vernietigt en terugverwijst, verduidelijkt definitief een cruciaal aspect: de gedraging van hergebruik behoeft geen dissimulerende kenmerken om het misdrijf te vormen. Een langverwachte verduidelijking die de bescherming van de integriteit van de vrije markt versterkt.
Artikel 648-ter van het Wetboek van Strafrecht bestraft eenieder die geld, goederen of andere voordelen die voortkomen uit een opzettelijk misdrijf aanwendt, vervangt of overdraagt, of daarmee andere handelingen verricht, op een wijze die de identificatie van hun criminele oorsprong belemmert. Dit is een kernbepaling in de strijd tegen economische criminaliteit, gericht op de fase na de voltooiing van het voorliggende misdrijf, om te voorkomen dat de illegale opbrengsten opnieuw in het legale circuit terechtkomen en de economie vervuilen. De toepassing ervan heeft echter vaak tot interpretatieve debatten geleid, met name met betrekking tot de noodzaak van een "dissimulerend" element in de gedraging.
De kern van de uitspraak van de Cassatierechter is vervat in de volgende maxima, die wij hier integraal weergeven:
Voor de vorming van het misdrijf bedoeld in art. 648-ter cod. pen. is het niet noodzakelijk dat de gedraging van hergebruik dissimulerende kenmerken vertoont die gericht zijn op het belemmeren van de identificatie of vaststelling van de illegale oorsprong van de goederen, aangezien dit misdrijf, subsidiair ten opzichte van dat van witwassen en zelfwitwassen, de integriteit van de vrije markt beschermt tegen elke vorm van vervuiling die voortkomt uit het gebruik van goederen van illegale oorsprong.
Deze verklaring is revolutionair van aard. Tot op heden meende een deel van de rechtspraak dat, om het misdrijf bedoeld in art. 648-ter c.p. te vormen, het onontbeerlijk was dat de gedraging van hergebruik gericht was op het verbergen of maskeren van de illegale oorsprong van de goederen. De Corte di Cassazione heeft met dit arrest deze interpretatie overwonnen en bepaald dat de dissimulerende intentie geen essentieel vereiste is. Dit betekent dat zelfs een gedraging van louter "aanwenden" van goederen van illegale oorsprong, zonder enige pretentie van verhulling, volstaat om het misdrijf te plegen. De ratio van deze oriëntatie ligt in de primaire functie van artikel 648-ter c.p., namelijk de bescherming van de "vrije markt" tegen elke vorm van "vervuiling" die voortkomt uit het gebruik van illegale kapitaal of goederen. Het gaat dus niet alleen om het voorkomen van verhulling, maar om het waarborgen dat de legale economie niet wordt verstoord door de introductie van middelen afkomstig van criminele activiteiten.
Arrest nr. 24273/2025 benadrukt de "subsidiaire" aard van het misdrijf bedoeld in art. 648-ter c.p. ten opzichte van de misdrijven van witwassen (art. 648-bis c.p.) en zelfwitwassen (art. 648-ter.1 c.p.). Om de reikwijdte van dit onderscheid volledig te begrijpen, is het nuttig de bijzonderheden van elke feitelijke grondslag te analyseren:
Samenvattend, terwijl witwassen en zelfwitwassen gericht zijn op het bestrijden van de verhulling van de illegale oorsprong, richt artikel 648-ter c.p. zich op het voorkomen dat goederen van criminele oorsprong het legale economische systeem binnendringen en verstoren, ongeacht een specifieke intentie om hun oorsprong te "verbergen".
Deze extensieve interpretatie van art. 648-ter c.p. heeft belangrijke praktische gevolgen. Voor economische en financiële actoren neemt de verantwoordelijkheid toe en de noodzaak van grotere zorgvuldigheid bij het verifiëren van de oorsprong van de kapitaal en goederen waarmee zij interageren. Het arrest stuurt een duidelijke boodschap: zelfs een eenvoudige investering of het gebruik van illegale fondsen, hoewel zonder geavanceerde verhullingsoperaties, kan een ernstig misdrijf vormen. Voor de politie en de magistratuur vereenvoudigt de uitspraak de vaststelling van het misdrijf, door een aanzienlijke bewijsbelemmering te elimineren die verband houdt met het aantonen van de dissimulerende intentie. Het uiteindelijke doel is het versterken van de transparantie en integriteit van het economische systeem, door de infiltratie van georganiseerde en gewone criminaliteit effectief te bestrijden.
Arrest nr. 24273/2025 van de Corte di Cassazione vertegenwoordigt een significante evolutie in de Italiaanse jurisprudentie inzake vermogensdelicten. Door de irrelevantie van de dissimulerende intentie voor de vorming van art. 648-ter c.p. te benadrukken, herhaalt het Hof het belang van de bescherming van de vrije markt als primair rechtsgoed. Deze beslissing verduidelijkt niet alleen de grenzen tussen de verschillende misdrijven met betrekking tot illegale opbrengsten, maar versterkt ook de instrumenten die de staat ter beschikking staan om de vervuiling van de economie door criminaliteit te bestrijden. Een sterk en duidelijk signaal aan iedereen die denkt dat hij ongestraft illegale goederen kan aanwenden, en zo bijdraagt aan een gezonder en transparanter legaal en economisch systeem.