Met arrest nr. 13525 van 26 november 2024 (gedeponeerd 8 april 2025) heeft de Hoge Raad verduidelijkt dat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor arbeidsveiligheid berust bij degene die feitelijk leidinggevende bevoegdheden uitoefent, ongeacht de formele rol. We analyseren de beginselen, operationele gevolgen en voorzorgsmaatregelen voor bedrijven.
Het Hooggerechtshof verduidelijkt met arrest nr. 15455/2024 (gedeponeerd in 2025) dat een nooit betwiste verzwarende omstandigheid noch ambtshalve kan worden erkend, noch kan worden teruggestuurd naar het Openbaar Ministerie, waarbij de centraliteit van het beginsel van correlatie tussen de aanklacht en het vonnis ex art. 521 c.p.p. en de gevolgen voor het recht op verdediging wordt herbevestigd.
We onderzoeken de recente beslissing van het Hof van Cassatie inzake de onthulling van militaire geheimen, en analyseren hoe justitie de bescherming van de nationale veiligheid afweegt tegen de onmisbare procesgaranties van de verdachte, zelfs in aanwezigheid van beperkingen op de 'discovery'.
Een diepgaande analyse van de recente uitspraak van de Cassatie nr. 10400/2024 die de grenzen van medeplichtigheid aan een misdrijf herdefinieert voor degenen die valse facturen ontvangen, zelfs bij afwezigheid van frauduleuze aangifte, met een focus op de 'bonus facciate' en de toepasbaarheid van Artikel 110 van het Wetboek van Strafrecht.
Het Hooggerechtshof verduidelijkt dat de rechter, bij misdrijven ex art. 317-bis c.p., het schikkingsakkoord niet kan splitsen dat ondergeschikt is aan de vrijstelling van bijkomende straffen: als aan de voorwaarde niet wordt voldaan, moet de gehele overeenkomst worden afgewezen.
Het Hof van Cassatie definieert met uitspraak nr. 9459 van 2024 de procedure van verzet tegen beslissingen tot afwijzing, intrekking of wijziging van rechtsbijstand op kosten van de staat, waarbij de voorkeur wordt gegeven aan de specifieke bepalingen van het Presidentieel Decreet 115/2002 en de aanvulling met het strafprocesrecht, ter bescherming van het recht op verdediging voor minderbedeelden.
Het Hooggerechtshof herhaalt dat, in de procedure tot verificatie van vorderingen ex art. 52 e.v. wetgevend decreet 159/2011, de advocaat die om toelating tot de passiva vraagt, de verrichte werkzaamheden nauwkeurig moet documenteren: de factuur is niet voldoende, er is een gedetailleerde nota nodig, gewaarmerkt door de orde, om 'gemakkelijke' vorderingen te voorkomen en het publieke belang te beschermen.
Het Hooggerechtshof verduidelijkt dat wanneer de beheerder van gokautomaten de unieke fiscale heffing inhoudt, de concessiehouder geen benadeelde partij is en geen smartengeld kan eisen: een praktische analyse van arrest nr. 12436/2024.
Het Hof van Cassatie heeft met arrest nr. 9420 van 2024 belangrijke verduidelijkingen gegeven over het permanente karakter van het delict van ontduiking van de invoer-BTW, waarbij het moment van beëindiging van de illegale gedraging is afgebakend. Een cruciale analyse voor professionals en bedrijven in de sector van douane- en belastingdelicten.
De Corte di Cassazione (Hof van Cassatie), met arrest nr. 11447 van 2024, verduidelijkt een cruciaal aspect betreffende het Europees Aanhoudingsbevel: de ingangsdatum van de termijn voor herziening van onherroepelijke vonnissen. Ontdek hoe deze beslissing de rechten van veroordeelden en transnationale procedures beïnvloedt.