Warning: Undefined array key "nl" in /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php on line 42

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php:42) in /home/stud330394/public_html/template/header.php on line 61
Kennisgeving van btw-aanslagakten: Cassatie (Arrest 17668/2025) verduidelijkt COVID-verlengingstermijnen | Advocatenkantoor Bianucci

BTW-aanslagbiljetten: Cassatie (Uitspraak 17668/2025) verduidelijkt COVID-verlengingstermijnen

De wereldwijde gezondheidsnoodsituatie van COVID-19 heeft buitengewone maatregelen in elke sector afgedwongen, inclusief de fiscale sector. De wetgever heeft herhaaldelijk ingegrepen om de termijnen voor naleving en kennisgeving van aanslagbiljetten te moduleren, wat tot de nodige interpretatieve onzekerheden heeft geleid. Het Hooggerechtshof van Cassatie heeft met Uitspraak nr. 17668 van 30 juni 2025 uitspraak gedaan over een cruciale kwestie: de compatibiliteit en toepasbaarheid van de verschillende verlengingen die zijn voorzien voor de kennisgeving van BTW-aanslagbiljetten. Deze uitspraak biedt duidelijkheid over een fundamenteel aspect voor belastingplichtigen en juridische professionals, en definieert het tijdsbestek waarbinnen de belastingdienst legitiem kon handelen.

Het Wettelijke Kader van de COVID-19 Noodsituatie en de Verlengingen

Om de reikwijdte van de beslissing van het Hof van Cassatie volledig te begrijpen, is het essentieel om het noodwetgevingskader te herhalen. Aanvankelijk bepaalde de Wet van 17 maart 2020, nr. 18 (de zogenaamde "Cura Italia" Wet), in artikel 67, een schorsing van de termijnen voor de vaststelling en inning, met een verlenging van 85 dagen voor de verval- en verjaringstermijnen met betrekking tot akten die afliepen tussen 8 maart en 31 mei 2020. Vervolgens introduceerde de Wet van 19 mei 2020, nr. 34 (de "Rilancio" Wet), in artikel 157, lid 1, een speciale en ruimere regeling. Deze laatste bepaling stelde de termijnen voor het verrichten van kennisgevingen van aanslagbiljetten, waarvan de vervaltermijnen afliepen tussen 8 maart 2020 en 31 december 2020, uit tot een welbepaalde periode: tussen 1 maart 2021 en 28 februari 2022. Het naast elkaar bestaan van deze twee bepalingen leidde tot twijfels over hun wederzijdse invloed, met name over de cumulatieve toepasbaarheid van de verlenging van 85 dagen op de ruimere verlenging van de "Rilancio" Wet.

De Interpretatieve Kwestie en de Positie van het Hof van Cassatie

De centrale kwestie die aan het Hof van Cassatie werd voorgelegd, betrof juist de mogelijkheid om de aanvullende verlenging van 85 dagen, voorzien in art. 67 van Wet nr. 18/2020, toe te passen op de termijnen die reeds waren uitgesteld door art. 157, lid 1, van Wet nr. 34/2020. Het Hof van Beroep in Belastingzaken van Campania had met de uitspraak van 19 maart 2024 een standpunt ingenomen dat het onderwerp was van het beroep. Het Hooggerechtshof, voorgezeten door mevrouw R. Crucitti en met als rapporteur de heer A. Crivelli, heeft het interpretatieve conflict opgelost met een duidelijke beslissing, zoals blijkt uit de volgende samenvatting:

De termijn voor het verrichten van kennisgevingen van aanslagbiljetten waarvoor de vervaltermijnen aflopen tussen 8 maart 2020 en 31 december 2020, op basis van de op deze akten betrekking hebbende bepalingen, uitgesteld door art. 157, lid 1, van Wet nr. 34 van 2020 (speciale noodwetgeving inzake COVID ten opzichte van art. 12 van Wet nr. 159 van 2015) tot de periode tussen 1 maart 2021 en 28 februari 2022, is niet verder verlengbaar met achtenvijftig dagen als gevolg van de bepaling in art. 67 van Wet nr. 18 van 2020, die wordt geabsorbeerd door de bovengenoemde uitstelperiode.

Deze samenvatting is van fundamenteel belang. Het Hof van Cassatie heeft bepaald dat de verlenging van 85 dagen, aanvankelijk voorzien door de "Cura Italia" Wet, niet kan worden toegepast bovenop het ruimere uitstel dat is vastgesteld door de "Rilancio" Wet. Met andere woorden, de bepaling van art. 157 van Wet nr. 34/2020, als een speciale en latere norm, heeft de meer algemene bepaling van art. 67 van Wet nr. 18/2020 "geabsorbeerd" en overtroffen. Dit betekent dat, voor aanslagbiljetten met vervaltermijnen tussen 8 maart en 31 december 2020, de uiterste termijn voor kennisgeving werd vastgesteld op 28 februari 2022, zonder mogelijkheid tot verdere verlenging van 85 dagen. Het Hof benadrukte de speciale aard van de norm van de "Rilancio" Wet, die voorrang heeft op de algemene of eerdere regelgeving.

Praktische Gevolgen voor Belastingplichtigen en de Belastingdienst

Uitspraak nr. 17668/2025 van het Hof van Cassatie heeft een aanzienlijke impact, aangezien het het tijdsbestek voor de kennisgeving van aanslagbiljetten tijdens de noodperiode definitief verduidelijkt. Voor belastingplichtigen betekent dit dat eventuele akten die na 28 februari 2022 zijn betekend (voor vervaltermijnen die oorspronkelijk tussen 8 maart en 31 december 2020 afliepen), en die alleen van de verlenging van Wet nr. 34/2020 zouden hebben geprofiteerd, als te laat en dus nietig kunnen worden beschouwd, indien de belastingdienst ten onrechte ook de aanvullende verlenging van 85 dagen had toegepast. Voor de belastingdienst dwingt de uitspraak tot strikte naleving van de termijnen vastgesteld door Wet nr. 34/2020, en sluit elke extensieve interpretatie uit die zou kunnen leiden tot een verdere verlenging van de termijnen. Het is van cruciaal belang dat beide partijen zich bewust zijn van deze interpretatie om toekomstige geschillen te voorkomen op basis van onjuiste toepassing van de noodwetgeving. De beslissing herbevestigt het principe van rechtszekerheid, dat cruciaal is op fiscaal gebied.

Samengevat zijn de belangrijkste punten van de uitspraak:

  • **Tijdsbestek:** Betreft de vervaltermijnen voor de kennisgeving van aanslagbiljetten die afliepen tussen 8 maart 2020 en 31 december 2020.
  • **Hoofdverlenging:** Art. 157, lid 1, Wet nr. 34/2020, die de termijn verplaatst naar de periode 1 maart 2021 - 28 februari 2022.
  • **Uitsluiting van aanvullende verlenging:** Art. 67 van Wet nr. 18/2020 (85 dagen) wordt geabsorbeerd en is niet cumulatief.
  • **Aard van de norm:** Art. 157 van Wet nr. 34/2020 wordt beschouwd als een speciale en prevalerende norm.

Conclusies

Uitspraak nr. 17668 van 2025 van het Hof van Cassatie vertegenwoordigt een baken van duidelijkheid in het complexe landschap van de fiscale noodwetgeving. Door het principe van specialiteit van de wet en de noodzaak van een correcte interpretatie van de verlengingen te herbevestigen, heeft het Hof een doorslaggevende richting gegeven voor de geldigheid van aanslagbiljetten die in die periode zijn betekend. Het is een waarschuwing voor alle betrokkenen – belastingplichtigen, professionals en de belastingdienst – om de grootste aandacht te besteden aan de specifieke wettelijke bepalingen en extensieve interpretaties die niet door de wet worden ondersteund, te vermijden. Voor twijfels of de behoefte aan verdere informatie over deze complexe materies, is het altijd raadzaam om contact op te nemen met deskundigen op het gebied van fiscaal recht, die kunnen begeleiden door de nuances van de wetgeving en jurisprudentie.

Advocatenkantoor Bianucci