De administratieve inbewaringstelling van vreemdelingen is een maatregel die fundamentele rechten raakt. De Cassatierechtbank heeft met uitspraak nr. 23936 van 26 juni 2025 cruciale duidelijkheid verschaft over de jurisdictionele bevoegdheid voor het herzien van dergelijke beslissingen. De uitspraak introduceert de "concurrerende bevoegdheid", een mechanisme dat de uniforme beoordeling balanceert met territoriale nabijheid, waardoor de waarborgen voor de inbewaringgestelde personen worden versterkt. Deze beslissing zal de gerechtelijke praktijk aanzienlijk sturen.
De administratieve inbewaringstelling wordt geregeld door het wetsdecreet van 11 oktober 2024, nr. 145 (omgezet bij wet van 9 december 2024, nr. 187) en de Europese richtlijnen 2008/115/EG en 2013/33/EU, die het recht op herziening waarborgen. De identificatie van de bevoegde rechter is een complexe kwestie die raakt aan procedurele efficiëntie en de bescherming van de rechten van de migrant.
Inzake de administratieve inbewaringstelling van vreemdelingen in het procesrechtelijke regime dat voortvloeit uit wetsdecreet van 11 oktober 2024, nr. 145, omgezet, met wijzigingen, bij wet van 9 december 2024, nr. 187, met betrekking tot de herziening van de beslissing, toegestaan aan de persoon die in afwachting is van uitzetting krachtens artikel 15, lid 3, van richtlijn 2008/115/EG, en aan de verzoeker om internationale bescherming krachtens artikel 9, leden 3 en 5, van richtlijn 2013/33/EU, bestaat de concurrerende bevoegdheid van de rechter die de oorspronkelijke te herzien beslissing heeft genomen, vanwege de noodzaak van een uniforme beoordeling van het voortduren van de voorwaarden voor de initiële maatregel of de daaropvolgende verlengingen, en, alternatief, die van de rechter in wiens arrondissement het centrum van verblijf zich bevindt waar de migrant op het moment van het verzoek wordt vastgehouden, waarbij de nadruk moet worden gelegd op het criterium van territoriale nabijheid omdat dit geschikt is om de grotere nabijheid tot nieuwe situaties of tot omstandigheden die zich hebben voorgedaan en die de geldigheid van het voortduren van de maatregel kunnen aantasten, te waarderen.
De Hoge Raad heeft met uitspraak nr. 23936/2025 (rapporteur mevrouw Dott.ssa Z. M. G., voorzitter Dott. D. M. G.) de "concurrerende bevoegdheid" vastgesteld. De inbewaringgestelde kan kiezen tussen de rechter die de oorspronkelijke beslissing (of de verlengingen) heeft genomen en de rechter van het arrondissement van het centrum voor terugkeer en verwijdering (CPR) op het moment van het verzoek. Deze dubbele optie optimaliseert de effectiviteit van de gerechtelijke bescherming.
De beslissing is gebaseerd op twee kernprincipes:
De keuze van het forum door de inbewaringgestelde of diens advocaat biedt een flexibele processtrategie.
De uitspraak nr. 23936/2025 van de Cassatierechtbank is een belangrijke stap. Met de concurrerende bevoegdheid heeft de Rechtbank de beslissingscoherentie en de snelheid van ingrijpen gebalanceerd, wat cruciaal is voor de bescherming van fundamentele rechten. Deze beslissing vergemakkelijkt de toegang tot de rechter voor inbewaringgestelden en consolideert de Italiaanse afstemming op Europese richtlijnen en constitutionele beginselen. Het biedt advocaten effectievere instrumenten om de belangen van migranten te beschermen, waarbij openbare veiligheid en individuele vrijheden worden verzoend.