De Derde Kamer van het Hof van Cassatie, met arrest nr. 15493 van 19 december 2024 (gedeponeerd op 18 april 2025), behandelt opnieuw het misdrijf van onterechte compensatie ex art. 10-quater D.Lgs. 74/2000, waarbij een beschikking van de Rechtbank van Bezwaar van Frosinone wordt vernietigd met verwijzing. Het kernpunt is de juiste identificatie van de inbeslag te nemen "winst" en de noodzaak om het concrete bestaan ervan te verifiëren. Een onderwerp van groot belang voor bedrijven, fiscaal adviseurs en strafrechtadvocaten.
Inzake onterechte compensatie, hoewel het misdrijf voltooid is op het moment dat de belastingplichtige, ter compensatie van eigen fiscale schulden, niet-bestaande of niet-verschuldigde tegoeden indient, vereist de inbeslagname van de winst die het heeft gegenereerd, functioneel voor de daaropvolgende verbeurdverklaring, dat de rechter vooraf verifieert dat de Belastingdienst de concrete totstandkoming van de compensatie niet definitief heeft verhinderd, en zo het criminele doel van de belastingplichtige frustreert.
Commentaar: Het Hof maakt een duidelijk onderscheid tussen de voltooiing van het misdrijf (die plaatsvindt met de enkele indiening van het vervalste F24-formulier) en het bestaan van de vermogenswinst. Als de administratie de compensatie heeft afgewezen of geblokkeerd, ontstaat er geen economisch voordeel: bijgevolg ontbreekt het voorwerp waarop de preventieve inbeslagname gericht op verplichte verbeurdverklaring ex art. 12-bis kan betrekking hebben.
De beslissing verwijst naar eerdere uitspraken van dezelfde Verenigde Kamers (uitspraken 1657/2019 en 39478/2024) en herhaalt dat de winst van het misdrijf van art. 10-quater overeenkomt met de kostenbesparing van de belastingplichtige, oftewel de niet-betaalde belasting.
Het Hof verwijst naar art. 321, lid 2, c.p.p., en benadrukt de behoefte aan proportionaliteit: de voortijdige ontneming van middelen moet daadwerkelijk de winst treffen en niet veranderen in een preventieve sanctie zonder grondslag.
Voor belastingplichtigen vertegenwoordigt het arrest een belangrijke bescherming: indien de onregelmatige compensatie door de Belastingdienst is geneutraliseerd, kunnen zij geen grote inbeslagnames ondergaan enkel op basis van de enkele indiening van het F24-formulier. Voor professionals (accountants en arbeidsadviseurs) komt de noodzaak naar voren om:
Het Hof van Cassatie herhaalt met arrest nr. 15493/2024 een principe van juridische beschaving: de inbeslagname mag alleen de werkelijk verkregen winst treffen. De rechter wordt opgeroepen tot een materiële vaststelling, waarbij automatische cautiemaatregelen worden vermeden. Bedrijven en verdedigers zullen zich daarom moeten richten op het bewijs van de tijdige tussenkomst van de Belastingdienst, die, indien effectief, de winst neutraliseert en de verbeurdverklaring verhindert. Een oriëntatie die de balans tussen fiscale behoeften en garanties van de verdachte versterkt, met de nadruk op de concrete realiteit en niet op de abstractie van de onrechtmatigheid.