De Cassatierechter heeft met arrest nr. 16212 van 2025 een cruciaal verduidelijkingspunt geboden inzake schadeverzekeringen afgesloten door niet-eigenaars van het goed. Deze uitspraak is van fundamenteel belang voor eigenaars, huurders en exploitanten, en stelt een duidelijk beginsel vast met betrekking tot verzekeringen ten behoeve van derden en wie de werkelijke begunstigde is in geval van schade.
De Derde Civiele Kamer van het Hooggerechtshof (Pres. D. S. F., Rapporteur R. M.) heeft de zaak tussen U. R. C. en F. onderzocht, betreffende een brandverzekeringspolis voor een gebouw, afgesloten door de huurder (U. R. C.) in een huurovereenkomst voor een onderneming. De vraag was wie gerechtigd was de schadevergoeding te ontvangen. De Cassatierechter heeft de beslissing van het Hof van Beroep van Venetië vernietigd en terugverwezen, waarbij een ondubbelzinnig beginsel werd bevestigd.
Een schadeverzekering op een zaak, afgesloten door iemand die niet de eigenaar is, is noodzakelijkerwijs een verzekering ten behoeve van derden ex artikel 1891 van het Burgerlijk Wetboek, ten gunste van de eigenaar zelf. (In dit specifieke geval heeft de H.R., met betrekking tot een brandverzekeringspolis voor een gebouw afgesloten door de huurder, krachtens een huurovereenkomst voor een onderneming, bevestigd dat de enige persoon met een belang dat aan risico is blootgesteld – dat vooraf moet worden vastgesteld, op basis van contractuele afspraken, niet achteraf op basis van de gevolgen van de schade – de eigenaar was, waardoor het, voor de identificatie van de verzekerde persoon, irrelevant was dat de huurder de kosten voor herstel van het onroerend goed had gedragen).
De Cassatierechter herhaalt dat het verzekerbare belang altijd bij de eigenaar van het goed ligt. Zelfs als de huurder de polis heeft afgesloten en betaald, verandert dit de aard van de verzekering als "ten behoeve van derden" niet. Het belang bij het risico moet vooraf worden vastgesteld, op basis van contractuele afspraken en het eigendom van het goed, niet achteraf op basis van de gevolgen of de gemaakte kosten.
De beslissing is gebaseerd op artikel 1891 van het Burgerlijk Wetboek (verzekering ten behoeve van derden). Andere belangrijke verwijzingen zijn:
De praktische gevolgen zijn:
Arrest nr. 16212 van 2025 van de Cassatierechter verduidelijkt definitief dat een verzekering op een goed van een ander altijd ten gunste van de eigenaar is. Dit versterkt de rechtszekerheid en benadrukt het belang van een correcte contractuele en verzekeringsplanning. Bij twijfel is het altijd raadzaam om juridische professionals te raadplegen.