De recente Verordening nr. 9960 van 12 april 2024, uitgevaardigd door het Hof van Cassatie, biedt belangrijke verduidelijkingen met betrekking tot de aansprakelijkheid van de overheid in geval van het niet sluiten van verkavelingsovereenkomsten. Dit arrest, dat de kwestie van verhaalbare schade behandelt, past in een complexe juridische context, waarin het beginsel van "alterum non laedere" een cruciale rol speelt.
In de onderhavige zaak stonden R. (M. R.) en C. (A. E.) tegenover elkaar met betrekking tot het niet sluiten van een verkavelingsovereenkomst, ondanks dat het project eerder was goedgekeurd. Het Hof van Beroep van Palermo had de vordering tot schadevergoeding afgewezen, maar het Hof van Cassatie heeft deze beslissing vernietigd, waarbij de aandacht werd gevestigd op de noodzaak om het negatieve belang te overwegen in plaats van het verloren nut.
In het algemeen. Wat betreft de aansprakelijkheid van de overheid, wordt de schade die voortvloeit uit de onrechtmatige weigering van de gemeentelijke overheid om de verkavelingsovereenkomst te sluiten, nadat het project is goedgekeurd, niet gekoppeld aan het verloren nut, maar aan het negatieve belang om niet betrokken te worden bij nutteloze gebleken operaties, aangezien het ongerechtvaardigde karakter van de heroverweging een schending van het beginsel van "alterum non laedere" vormt, in de vorm van aantasting van de contractuele vrijheid.
Deze hoofdregel benadrukt hoe, in geval van een ongerechtvaardigde heroverweging door de overheid, de schade niet langer uitsluitend wordt gemeten op basis van het niet-gerealiseerde economische nut, maar eerder gebaseerd is op de aantasting van de contractuele vrijheid van de belanghebbende. Met andere woorden, de benadeelde burger lijdt niet alleen een economisch verlies, maar ook een schending van zijn vrijheid om zakelijke en investeringskeuzes te maken.
De praktische implicaties van deze verordening zijn aanzienlijk en kunnen als volgt worden samengevat:
Concluderend vertegenwoordigt Verordening nr. 9960 van 2024 een stap voorwaarts in de bescherming van de rechten van burgers ten opzichte van de overheid. Het benadrukt het belang van het nakomen van de gemaakte afspraken en het waarborgen dat administratieve beslissingen consistent en gerechtvaardigd zijn.
Dit arrest verduidelijkt niet alleen de aansprakelijkheid van de overheid op het gebied van verkaveling, maar past ook in een breder debat over de noodzaak van grotere verantwoordelijkheid en transparantie in de relatie tussen burgers en instellingen. Het is van fundamenteel belang dat de openbare besturen van deze les leren en ernaar streven situaties te vermijden die de rechten van burgers en hun vrijheid om economische activiteiten te ontplooien kunnen schaden.