In het strafrecht is het cruciaal om vergelijkbare feiten te onderscheiden. De Hoge Raad heeft met arrest nr. 28651 (gedeponeerd op 05/08/2025, zitting op 30/10/2024) de grens verduidelijkt tussen vereniging voor criminele doeleinden (artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht) en medeplichtigheid aan voortgezette misdaad (artikelen 110 en 81 van het Wetboek van Strafrecht). Deze uitspraak, betreffende A. C. M., is van vitaal belang om de ernstige gevolgen van de kwalificatie van een groep als criminele vereniging te begrijpen.
Het onderscheid heeft invloed op straffen en de band. Vereniging voor criminele doeleinden bestraft het bestaan van de vereniging, niet alleen de doelmisdrijven. Het arrest (Voorzitter G. F., Rapporteur P. S.) richt zich op de aard van de criminele overeenkomst.
Het onderscheidende element tussen het misdrijf van vereniging voor criminele doeleinden en de medeplichtigheid van personen aan voortgezette misdaad wordt vertegenwoordigd door het karakter van de criminele overeenkomst, die, voor de toepasbaarheid van het feit van artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht, stabiel moet zijn en gericht op de oprichting of ondersteuning van een collectieve structuur die geschikt is voor de realisatie van een onbepaald crimineel programma, gedeeld door de deelnemers, met blijvende associatieve band, zelfs na de plegen van de individuele misdrijven. (In de motivering heeft het Hof gepreciseerd dat de categorie van associatieve misdrijven vreemd is aan die van medeplichtigheid van personen aan voortgezette misdaad, omdat in het laatste geval het criminele programma hoe dan ook bepaald is, zij het op een gematigde manier, aangezien het verwijst naar een veelheid aan gedragingen die allemaal deel uitmaken van hetzelfde plan).
De Hoge Raad verduidelijkt dat de overeenkomst "stabiel" moet zijn en gericht op een "collectieve structuur" met een "onbepaald crimineel programma". Dit impliceert een duurzame organisatie voor niet-vooraf bepaalde misdrijven, met een aanhoudende band. Bij medeplichtigheid aan voortgezette misdaad is het programma "bepaald", beperkt tot reeds voorziene gedragingen.
Het Hooggerechtshof heeft belangrijke criteria met belangrijke implicaties geschetst:
Deze criteria zijn van vitaal belang. Vereniging brengt zwaardere straffen en ingrijpende onderzoeksmiddelen met zich mee. De verdediging moet de afwezigheid van de associatieve vereisten aantonen om de gedraging terug te voeren naar de minder ernstige medeplichtigheid aan voortgezette misdaad. Arrest nr. 28651/2024 biedt duidelijke richtlijnen voor legaliteit en specificiteit.
De uitspraak van de Hoge Raad nr. 28651/2024 is een essentieel referentiepunt voor de toepassing van de artikelen 416, 110 en 81 van het Wetboek van Strafrecht. Het beoordeelt de aard van de overeenkomst en de structuur van de vereniging, en verduidelijkt dat niet elke groep misdrijven een criminele vereniging is. Duidelijkheid is van vitaal belang voor een eerlijke en evenredige rechtspraak.