De recente uitspraak van het Hof van Cassatie nr. 24369, gedeponeerd op 11 september 2024, biedt belangrijke inzichten in de kwestie van draagmoederschap en de erkenning van de ouderlijke status in complexe situaties, zoals die van een homoseksueel ouderschap. Het Hof moest beslissen over de wettigheid van de registratie van een geboorteakte die in het buitenland was opgesteld, waarin twee vrouwen als ouders werden vermeld die via medisch begeleide voortplanting hadden geconcipeerd.
De betreffende zaak betrof D.D. en C.C., die na een huwelijk in de Verenigde Staten en een lange samenwoonperiode hun ouderschapsplan hadden voltooid via draagmoederschap. De geboorte van het kind in Californië leidde tot de registratie van de geboorteakte in de gemeente Bari, maar later ontstond de noodzaak om deze akte te rectificeren, waarbij het openbaar ministerie de wettigheid van de positie van C.C. als ouder betwistte.
Het Hof van Cassatie heeft het belang van de bescherming van het voornaamste belang van het kind bevestigd, en de geldigheid erkend van de in het buitenland verkregen ouderlijke status.
Het Hof van Beroep, bevestigd door het Hof van Cassatie, benadrukte dat de erkenning van het ouderschap door twee ouders moet plaatsvinden met inachtneming van de wet die het meest gunstig is voor het kind, in dit geval de Amerikaanse wet. Dit principe is bijzonder relevant in het licht van artikel 33 van Wet nr. 218 van 1995, dat de toepassing van de meest gunstige wet voorziet in geval van conflict.
Concluderend vertegenwoordigt de uitspraak nr. 24369 van 2024 een belangrijke stap naar een grotere bescherming van de rechten van kinderen in situaties van complexe afstamming. Het Hof heeft herhaald dat het belang van het kind altijd moet prevaleren bij de beslissing inzake de legitimatie en erkenning van de ouderlijke status, en benadrukte de noodzaak van een afweging tussen ouderlijke rechten en de bescherming van het kind.