De Hoge Raad heeft met arrest nr. 10344 van 2025 een cruciale interpretatie gegeven inzake preventieve inbeslagname en het delict heling. De uitspraak stelt dat de loutere vondst van grote sommen geld of kostbaarheden zonder onmiddellijke rechtvaardiging niet volstaat om de "fumus" (vermoeden) van de misdaad te vormen, en vereist stevigere bewijselementen. Een fundamentele beslissing om de effectiviteit van onderzoek te balanceren met individuele garanties.
Preventieve inbeslagname (art. 321 c.p.p.) vereist de "fumus commissi delicti", oftewel een redelijke waarschijnlijkheid dat een misdaad is begaan. Voor heling (art. 648 c.p.) impliceert dit een illegale herkomst van de goederen. Het betreffende arrest vloeit voort uit de zaak van de heer A. B., in wiens woning 23.050,00 euro contant geld was aangetroffen. De Rechtbank van Vrijheid van Catanzaro had de inbeslagname geweigerd, omdat er geen sprake was van verbergingsintentie noch van significante strafrechtelijke antecedenten. Een beslissing die door het Hooggerechtshof werd bevestigd.
Inzake preventieve inbeslagname kan het vermoeden van het delict heling worden afgeleid, bij de vondst van kostbaarheden of aanzienlijke geldbedragen waarvan de beschikking niet wordt gerechtvaardigd, niet alleen uit het ontbreken van legaal verkregen inkomsten of uit de specifieke wijze van verbergen van de goederen, maar ook uit de aanwezigheid van aanvullende elementen die duiden op hun zekere criminele herkomst. (Feitenkwestie waarbij het Hof de beslissing juist achtte waarbij, tegenover de vondst in de woning van de verdachte van de som contant geld van 23.050,00 euro, het vermoeden van het genoemde delict werd uitgesloten op grond dat de wijze van bewaren niet duidde op de aanwezigheid van de wil om de provisie te "verbergen" en dat er geen eerdere veroordelingen van de verdachte waren die zijn betrokkenheid bij criminele milieus aantoonden, wat duidde op de criminele herkomst van het aangetroffen goed).
Deze kern is fundamenteel: de Hoge Raad herhaalt dat de enkele afwezigheid van een onmiddellijke rechtvaardiging voor grote sommen, of het gebrek aan legale inkomsten, niet volstaat om de "fumus" van heling te vormen. Zelfs algemene verbergingsmethoden zijn niet voldoende. "Aanvullende elementen die duiden op hun zekere criminele herkomst" zijn onmisbaar. De aanklager moet dus een concreet verband aantonen tussen de goederen en een specifiek misdrijf of een crimineel milieu, en verder gaan dan louter vermoeden.
Arrest nr. 10344 van 2025 versterkt een kernprincipe: de toepassing van cautelare maatregelen vereist een robuust bewijskader. Deze aanpak beschermt burgers tegen willekeurige inbeslagnames en benadrukt de noodzaak van bewijsvereisten. Om de "fumus" van heling te vormen, zijn naast het ontbreken van rechtvaardiging, elementen vereist zoals:
Een waarschuwing voor de autoriteiten en een duidelijke indicatie voor de juridische verdediging, ter garantie van individuele rechten.