Het beheer van een Vereniging van Eigenaren (VvE) is een complexe taak, die transparantie, zorgvuldigheid en, helaas, soms het vermogen vereist om delicate situaties aan te pakken, zoals wanbeheer of, erger nog, verduistering van fondsen door een vorige beheerder. In dergelijke gevallen rijst spontaan een cruciale vraag: kan de nieuwe beheerder zelfstandig strafrechtelijke stappen ondernemen of moet hij eerst goedkeuring krijgen van de VvE-vergadering? De Hoge Raad (Corte di Cassazione) verduidelijkt dit fundamentele punt met zijn arrest nr. 29548 van 2025, een uitspraak die de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de zittende beheerder versterkt en een grotere bescherming van het gemeenschappelijk vermogen garandeert.
De zaak die door het Hooggerechtshof werd onderzocht, betrof een strafzaak waarin de beklaagde, C. R., werd beschuldigd van verduistering. De kern van de kwestie draaide om de legitimiteit van de VvE-beheerder om aangifte te doen tegen zijn voorganger wegens het delict van verduistering van geld dat op de VvE-bankrekening stond. Het Hof van Beroep van Bologna (Corte d'Appello di Bologna), met een beslissing van 14/10/2024, had de actie onontvankelijk verklaard, waardoor de kwestie van de noodzaak van een VvE-besluit feitelijk werd opgeworpen. Het is juist op dit punt dat de Cassatie, met voorzitter P. A. en rapporteur A. L., heeft ingegrepen om een rechtsbeginsel van groot belang af te bakenen.
De vraag die beheerders en VvE-leden zich vaak stellen, is of het doen van aangifte voor een misdrijf zo ernstig als verduistering behoort tot de zelfstandige bevoegdheden van de beheerder, of dat er daarentegen expliciete toestemming of bekrachtiging van de VvE-vergadering nodig is. Het onderscheid is verre van academisch: het beïnvloedt de snelheid van handelen, de effectieve bescherming van het VvE-vermogen en de verantwoordelijkheid van de beheerder zelf. Als een besluit nodig zou zijn, zouden de termijnen langer worden, waardoor de VvE aan grotere risico's wordt blootgesteld en het beheer van noodsituaties complexer wordt.
Arrest nr. 29548/2025 van de Hoge Raad heeft de kwestie helder en ondubbelzinnig opgelost. De daaruit voortvloeiende rechtsregel (maxima) luidt als volgt:
De VvE-beheerder is bevoegd om, zonder noodzaak van toestemming of bekrachtiging van de vergadering, aangifte te doen van het delict van verduistering van geld dat op de VvE-bankrekening stond en door de vorige beheerder is gepleegd, aangezien het onttrokken goed een "gemeenschappelijk goed" (cosa comune) vormt in de zin van artikel 1130, eerste lid, punt 2, van het Burgerlijk Wetboek (cod. civ.), waarvan het beheer tot zijn specifieke taken behoort.
Deze rechtsregel is van fundamenteel belang. Het verduidelijkt dat de zittende beheerder de autonome bevoegdheid heeft om strafrechtelijk op te treden wanneer het gaat om de verdediging van het VvE-geld, dat wordt beschouwd als een "gemeenschappelijk goed". Dit betekent dat hij niet hoeft te wachten op de, soms trage of complexe, procedures van een bijeenroeping en een stemming van de vergadering om een misdrijf aan te geven dat het vermogen van de VvE-leden rechtstreeks schaadt. De beslissing van het Hooggerechtshof is gebaseerd op de aard van het onttrokken goed en de specifieke taken van de beheerder, zoals uiteengezet in het Burgerlijk Wetboek.
Het Hooggerechtshof baseerde zijn beslissing op een zorgvuldige interpretatie van de geldende wetgeving. Met name de verwijzing naar artikel 1130, eerste lid, punt 2, van het Burgerlijk Wetboek is cruciaal. Dit artikel bepaalt dat de beheerder "het gebruik van de gemeenschappelijke zaken en de benutting van de diensten in het gemeenschappelijk belang moet regelen, opdat een optimaal genot voor ieder van de VvE-leden wordt gewaarborgd". Het geld dat op de VvE-bankrekening staat, is in alle opzichten een "gemeenschappelijk goed", een middel dat dient voor het beheer en onderhoud van het gebouw en de diensten. Het beheer daarvan behoort daarom tot de specifieke en onvermijdelijke taken van de beheerder.
Bovendien sluit de beslissing aan bij artikel 1131 van het Burgerlijk Wetboek, dat de beheerder de wettelijke vertegenwoordiging van de VvE toekent. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid omvat ook de mogelijkheid om gerechtelijke stappen te ondernemen ter bescherming van de gemeenschappelijke belangen, zonder dat een specifieke machtiging van de vergadering nodig is voor handelingen die tot zijn reguliere taken behoren. Verduistering, geregeld in artikel 646 van het Wetboek van Strafrecht (cod. pen.), is een misdrijf dat het gemeenschappelijk vermogen rechtstreeks schaadt en, als zodanig, de bestrijding daarvan valt volledig binnen de prerogatieven van de beheerder, als bewaarder en beheerder van dat vermogen. De Cassatie verwees ook naar conformerende eerdere arresten, zoals arrest nr. 33813 van 2023, waarmee een jurisprudentiële oriëntatie wordt geconsolideerd die gericht is op het versterken van de effectiviteit van het handelen van de beheerder.
Dit arrest heeft verschillende belangrijke praktische gevolgen:
Voor VvE-leden betekent dit meer zekerheid en vertrouwen in het beheer van hun eigendommen, wetende dat de beheerder de middelen heeft om onmiddellijk in te grijpen bij illegale praktijken. Voor beheerders is het arrest een herinnering aan hun verantwoordelijkheden en de bevoegdheden die zij met zorgvuldigheid moeten uitoefenen.
Arrest nr. 29548 van 2025 van de Hoge Raad vertegenwoordigt een belangrijke stap voorwaarts voor transparantie en legaliteit in het VvE-beheer. Door de beheerder de autonome bevoegdheid te verlenen om aangifte te doen van verduistering, heeft het Hooggerechtshof een essentieel instrument geboden voor de bescherming van het gemeenschappelijk vermogen, waardoor wordt gegarandeerd dat de goederen van de VvE-leden met de grootste snelheid en effectiviteit worden verdedigd. Deze uitspraak vereenvoudigt niet alleen de procedures in noodsituaties, maar stuurt ook een duidelijke boodschap over het belang van correctheid en verantwoordelijkheid bij het beheer van andermans goederen, en draagt zo bij aan het versterken van het vertrouwen in het VvE-systeem.