De uitspraak nr. 13570 van 2024 van het Hof van Cassatie vormt een belangrijk referentiepunt voor kwesties met betrekking tot de scheiding van echtgenoten en de keuze van de school voor minderjarigen. In het bijzonder betreft de onderzochte zaak A.A. en B.B., ouders van een 10-jarig kind, C.C., en het conflict dat tussen hen is ontstaan over de inschrijving van hun zoon bij een particuliere school.
De moeder, B.B., had toestemming gevraagd om haar zoon in te schrijven bij het Gonzaga-instituut in Milaan, waar het kind al les volgde. De Rechtbank van Milaan gaf, na het horen van de minderjarige, groen licht voor de inschrijving, waarbij het belang van stabiliteit en relationele continuïteit voor het kind werd benadrukt, vooral in een context van ouderlijk conflict.
De keuze van de school moet altijd rekening houden met het doorslaggevende belang van de minderjarige en zijn emotionele stabiliteit.
A.A. ging in beroep tegen de beslissing van het Hof van Beroep van Milaan, met het argument dat het onderwijsaanbod en de kwestie van de seculariteit van de scholen niet adequaat waren beoordeeld. Het Hof van Cassatie verwierp echter het beroep en stelde dat de wens van de minderjarige om de gekozen school te bezoeken, samen met zijn behoefte aan stabiliteit, doorslaggevende factoren waren.
Het Hof verduidelijkte dat het beginsel van seculariteit niet absoluut kan worden ingeroepen, maar in evenwicht moet worden gebracht met het recht van de minderjarige op een evenwichtige opvoeding. In dit geval prevaleerde het belang van de minderjarige boven de kwestie van de schoolkeuze, wat aantoont dat zijn stabiliteit en zijn wensen prioriteit hebben.
Samenvattend benadrukt de uitspraak nr. 13570 van 2024 het belang van het overwegen van het belang van de minderjarige in geschillen met betrekking tot de scheiding van ouders. Het Hof heeft opnieuw bevestigd dat beslissingen gericht moeten zijn op het waarborgen van een gezonde en evenwichtige groei, waarbij breuken en discontinuïteiten in de onderwijservaringen worden vermeden. Deze zaak vormt een belangrijke precedent voor toekomstige soortgelijke conflicten, waarbij wordt herhaald dat het belang van de minderjarige altijd voorrang moet hebben.