Arrestatiebevel nr. 17211 van 14 december 2022, uitgevaardigd door het Hof van Cassatie, biedt een belangrijke reflectie op de figuur van de middellijke dader bij fiscale misdrijven. Dit arrest verduidelijkt hoe het opstellen van fiscale documentatie voor niet-bestaande transacties een strafrechtelijk relevant gedrag kan vormen, strafbaar op grond van artikel 2 van wetsbesluit 10 maart 2000, nr. 74.
In de onderzochte zaak heeft het Hof bepaald dat degene die, in de hoedanigheid van "middellijke dader", valse facturen of documenten opstelt om belastingen te ontduiken, de persoon die de belastingaangifte moet indienen, misleidt. Dit betekent dat niet alleen de belastingplichtige die daadwerkelijk de aangifte indient verantwoordelijk is, maar ook degene die hem daartoe heeft aangezet door middel van valse documentatie.
Fiscale misdrijven - Frauduleuze aangifte door gebruik van facturen of andere documenten voor niet-bestaande transacties – Middellijke dader die de fiscale documentatie opstelt met betrekking tot niet-bestaande transacties die in de aangifte moeten worden opgenomen – Misleiding van de persoon die de belastingaangifte moet indienen - Mogelijkheid van het misdrijf ten laste van de middellijke dader - Bestaan - Feiten. De gedraging van degene die, handelend als "middellijke dader", om belastingen te ontduiken, facturen of andere documenten opstelt voor niet-bestaande transacties die de persoon die de belastingaangifte moet indienen misleiden, waardoor deze fictieve passiva in de laatste opneemt, vormt het misdrijf van artikel 2 wetsbesluit 10 maart 2000, nr. 74. (Feiten waarbij het Hof de beslissing onberispelijk achtte waarbij de feitelijke beheerder van een vennootschap was veroordeeld, die bewust fictieve passiva in de boekhouding had opgenomen, die waren opgenomen in de aangifte ingediend door de bewindvoerder).
De beslissing van het Hof van Cassatie heeft aanzienlijke gevolgen voor de strafrechtelijke verantwoordelijkheid op fiscaal gebied. Tot de belangrijkste implicaties behoren:
Concluderend vertegenwoordigt arrestatiebevel nr. 17211 van 2022 een belangrijke stap in de strijd tegen belastingontduiking, waarbij de rol van de middellijke dader en zijn verantwoordelijkheden worden verduidelijkt. Het is essentieel dat alle economische actoren en professionals in de sector zich bewust zijn van de juridische implicaties die voortvloeien uit dergelijk gedrag, om sancties te vermijden en een correcte naleving van de fiscale verplichtingen te waarborgen.