Warning: Undefined array key "nl" in /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php on line 42

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php:42) in /home/stud330394/public_html/template/header.php on line 61
Beroep in schriftelijke procedure en legitieme verhindering: de Strafkamer van het Hof van Cassatie, Afdeling 3, Arrest nr. 13277/2025 schept duidelijkheid | Advocatenkantoor Bianucci

Beroep in schriftelijke procedure en legitieme verhindering: de strafkamer van het Hof van Cassatie, Afdeling 3, Arrest nr. 13277/2025 schept duidelijkheid

Met de onderhavige beslissing herhaalt het Hof van Cassatie het, na de "Cartabia-hervorming" zeer actuele, thema van het beroep met schriftelijke tegenspraak. Arrest nr. 13277/2025, gedeponeerd op 7 april 2025, behandelt een praktisch aspect: wat gebeurt er als de verdachte, die niet om deelname aan de zitting in persoon heeft verzocht, een legitieme verhindering aanvoert en om uitstel vraagt? Het antwoord van de Derde Afdeling is duidelijk en is gebaseerd op een nauwkeurige analyse van het nieuwe art. 598-bis c.p.p. en het "oude" art. 420-ter c.p.p..

Het referentiekader

De regeling van het beroep in raadkamer "zonder deelname" is volledig herzien:

  • art. 598-bis c.p.p.: introduceert de schriftelijke procedure, die bepaalt dat partijen memorie kunnen deponeren en dat de verdachte alleen deelneemt op uitdrukkelijk en tijdig verzoek;
  • art. 94 wetgevingsbesluit 150/2022: stelt de bovengenoemde regel vast als het normale regime;
  • art. 420-ter c.p.p.: staat traditioneel uitstel van de zitting toe in geval van legitieme verhindering om te verschijnen van de verdachte of de raadsman.

Het interpretatieve knooppunt betreft juist de interactie tussen deze twee bepalingen: kan de legitieme verhindering van toepassing zijn wanneer, per definitie, persoonlijke verschijning niet is voorzien?

Niet-verzoek tot persoonlijke deelname door de verdachte - Verzoek tot uitstel van de zitting met schriftelijke tegenspraak wegens legitieme verhindering - Ontvankelijkheid - Uitsluiting - Redenen. In de beroepsprocedure die met een schriftelijke procedure zonder deelname wordt gevoerd wegens het ontbreken van een tijdig verzoek tot persoonlijke deelname van de appellant-verdachte ex art. 598-bis, lid 2, cod. proc. pen. is de bepaling van art. 420-ter cod. proc. pen. inzake legitieme verhindering om te verschijnen van de verdachte niet van toepassing, aangezien zijn persoonlijke verschijning niet is voorzien. Commentaar: de uitspraak, van kristalheldere duidelijkheid, brengt het instituut van legitieme verhindering terug tot de logische voorwaarde ervan: de noodzaak om te verschijnen. Als deze noodzaak bij voorbaat ontbreekt, kan art. 420-ter c.p.p. deze niet "doen herleven". Het Hof beschermt de proceseconomie en roept tegelijkertijd de zorgvuldigheid van de verdachte in herinnering: wie persoonlijke redenen wil laten gelden, moet tijdig de wil tot aanwezigheid kenbaar maken.

Het concrete geval en de motivering van het Hof

In de zaak die aan het oordeel van het Hof was onderworpen, had de verdachte A. A. R. C. beroep ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank van Catania. Aangezien hij echter niet binnen de termijnen van art. 598-bis, lid 2, om behandeling in persoon had verzocht, vond de zitting plaats in raadkamer met schriftelijke procedure. Pas op de vooravond voerde hij een algemene gezondheidsverhindering aan en verzocht om uitstel.

De rechters van de feitelijke instanties wezen het verzoek af, een beslissing die vervolgens bij het Hof van Cassatie werd aangevochten. De Derde Afdeling bevestigde de afwijzing en benadrukte:

  • het ontbreken van een verplichting tot persoonlijke verschijning in de schriftelijke procedure;
  • de "procedurele" en niet "persoonlijke" aard van de legitieme verhindering, die de onvermijdelijkheid van fysieke aanwezigheid veronderstelt;
  • de consistentie met eerdere uitspraken (Cass. nr. 38270/2024, 32864/2022, 49315/2023).

Praktische implicaties voor raadslieden en verdachten

De les die uit de uitspraak voortvloeit, is tweeledig:

  • Verdedigingsplanning: als persoonlijke deelname als strategisch wordt beschouwd, moet deze tijdig worden aangevraagd. Anders dreigt men niet alleen het "contact" met de rechter te verliezen, maar ook het schild van de legitieme verhindering.
  • Efficiëntie en garanties: het Hof balanceert snelheid en verdedigingsrechten door de last van actie bij de verdachte te leggen. Dit strookt met art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces), dat procedurele beperkingen toestaat mits deze redelijk en voorspelbaar zijn.

Conclusies

Arrest nr. 13277/2025 versterkt de structuur van de schriftelijke procedure door te verduidelijken dat het instituut van legitieme verhindering niet geschikt is om processen te "verlengen" die, door keuze of nalatigheid van de verdachte, via de schriftelijke vorm worden gevoerd. Hieruit volgt een duidelijke boodschap: de verdediging moet vooraf beoordelen of persoonlijke aanwezigheid essentieel is en de procedurele verantwoordelijkheid daarvan op zich nemen. In perspectief draagt de beslissing bij aan een meer lineaire en voorspelbare kalender van de beroepsrechtbanken, door onnodige uitstellen te verminderen en een grotere efficiëntie van het systeem te waarborgen.

Advocatenkantoor Bianucci