Het Hof van Cassatie, Afdeling IV Strafrecht, heeft met beslissing nr. 12713, neergelegd op 2 april 2025, opnieuw uitspraak gedaan over een kwestie die elke strafrechtadvocaat vroeg of laat tegenkomt: de verdubbeling van de verjaringstermijnen bij meervoudige dood door schuld. De zaak betrof B. C., verdachte in een tragisch verkeersongeval met meerdere slachtoffers; het Hof van Beroep van Catania had de misdaad verjaard verklaard zonder toepassing van art. 157, lid 6, van het Wetboek van Strafrecht. Het Openbaar Ministerie ging hiertegen in beroep, met het argument dat de termijn verdubbeld moest worden vanwege het aantal dodelijke slachtoffers. Het Hof van Cassatie wijst het beroep af en stelt duidelijke, maar tegelijkertijd beperkte grenzen aan deze uitzondering.
Artikel 157, lid 6, van het Wetboek van Strafrecht voorziet in de verdubbeling van de verjaringstermijnen "voor de misdrijven bedoeld in de artt. 589 en 590, wanneer de omstandigheid van het vierde lid van art. 589 of het derde lid van art. 590 zich voordoet". Het vierde lid van art. 589 van het Wetboek van Strafrecht bestraft dood door schuld, verzwaard door de schending van verkeersregels of regels ter voorkoming van arbeidsongevallen. De intentie van de wetgever van 2016 (hervorming zogenaamde "verkeersmisdrijf") is duidelijk: strenger straffen wie, door het overtreden van bijzonder relevante zorgvuldigheidsregels, de dood van één of meerdere personen veroorzaakt.
De verdubbeling van de verjaringstermijnen, voorzien in art. 157, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in relatie tot de hypothese van art. 589, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, is alleen van toepassing op de feiten van meervoudige dood door schuld, verzwaard door de schending van verkeersregels of regels ter voorkoming van arbeidsongevallen.
Vertaling: als de "verkeers"- of "veiligheids"-verzwaring ontbreekt, is de pluraliteit van slachtoffers niet voldoende om de verdubbeling te laten plaatsvinden. Het Hof van Cassatie herhaalt hiermee wat eerder is vastgesteld (onder andere, Cass. 23944/2013, 51959/2016, 29439/2020), ter bescherming van het legaliteitsbeginsel (art. 25, lid 2, Grondwet) en de favor rei (in het voordeel van de verdachte) inzake verjaring.
Het Constitutionele Hof heeft met arrest nr. 143/2021 benadrukt dat elke verlenging van de verjaringstermijnen een uitzondering vormt op de algemene regel en restrictief moet worden geïnterpreteerd. Het Hof van Cassatie volgt dezelfde lijn: een extensieve lezing – "het volstaat dat er meer dan één slachtoffer is" – zou het vereiste van specificiteit schenden en de clausule veranderen in een niet door de wet voorziene vermoeden van grotere gevaarlijkheid.
Het vastgestelde beginsel is met name relevant voor:
Andere gevallen van meerdere dodelijke slachtoffers – denk aan medische fouten of natuurrampen die te wijten zijn aan schuld – blijven dus gebonden aan de normale verjaringstermijn (thans, voor eenvoudige dood door schuld, 6 jaar + schorsingen), met strategische gevolgen voor de verdedigingskeuzes, van schikking tot verzoeken om een verkort proces.
Arrest nr. 12713/2025 versterkt een coherente oriëntatie: de inperking van het recht op vergetelheid in het proces is alleen toegestaan in de uitdrukkelijk bepaalde gevallen. Om de verdubbeling van de termijnen te laten plaatsvinden, is het noodzakelijk dat de meervoudige dood door schuld wordt verzwaard door de schending van fundamentele regels voor verkeersveiligheid of de gezondheid van werknemers. Voor juridische professionals, werkgevers en burgers is de boodschap tweeledig: enerzijds, maximale strengheid jegens degenen die levensreddende regels overtreden; anderzijds, solide garanties ter bescherming van degenen die voor schuld zonder de getypeerde verzwarende omstandigheden ter verantwoording worden geroepen.