Met de beslissing nr. 15098, gedeponeerd op 16 april 2025, spreekt het Hof van Cassatie zich opnieuw uit over de correcte afhandeling van beroepsprocessen die onder de pandemische noodwetgeving vielen. De zaak betrof een proces dat in een niet-geïnformeerde camerale zitting werd afgesloten, ondanks dat de verdediging uitdrukkelijk en tijdig om een mondelinge behandeling had verzocht. Het Hof van Cassatie vernietigde het vonnis van de tweede instantie, en herhaalde dat dergelijke omissies het recht op verdediging radicaal schaden en leiden tot absolute nietigheid krachtens art. 179, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering.
Tijdens de Covid-19 pandemie heeft de wetgever herhaaldelijk ingegrepen in de strafprocesrechtelijke wetgeving, waarbij de mogelijkheid van schriftelijke behandeling van het hoger beroep werd geïntroduceerd. De kern hiervan was art. 23-bis van het Wetsbesluit 137/2020, omgezet in Wet 176/2020, later herzien door Wetsbesluit 150/2022 (Cartabia-hervorming). Deze bepalingen lieten echter de mogelijkheid van de beklaagde - of beter gezegd, zijn verdediger - om mondelinge behandeling te vragen onaangetast, een recht dat, indien uitgeoefend binnen de gestelde termijnen, de behandeling van de zitting met aanwezigheid van de partijen vereiste.
Inzake de beroepsprocedure, onder de pandemische noodwetgeving, indien de verdediger van de beklaagde een correct en tijdig verzoek tot mondelinge behandeling heeft ingediend, vindt de procedure in een niet-geïnformeerde camerale zitting plaats volgens een procedureel model dat volledig afwijkt van het gekozen model, met afwezigheid van de verdediger in een geval waarin zijn aanwezigheid verplicht is, wat leidt tot een absolute en onherstelbare nietigheid voor de toepassing van art. 179, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering.
Het Hof plaatst de procedurele fout onder de categorie van nietigheden ex art. 178, sub c), van het Wetboek van Strafvordering, dat wil zeggen die welke verband houden met het ontbreken van bijstand van de beklaagde en de verdediger. Aangezien het een absolute nietigheid betreft, is deze onherstelbaar, kan deze in elke fase en graad van de procedure worden aangevoerd en ambtshalve worden opgemerkt. De door het Hof van Cassatie bevolen vernietiging met verwijzing verplicht het Hof van Beroep om de zitting te herhalen, waarbij de deelname van de verdediger wordt gewaarborgd.
De uitspraak biedt belangrijke operationele inzichten voor strafrechtadvocaten:
De uitspraak sluit aan bij eerdere conforme uitspraken (Cass. nrs. 44361/2024, 16080/2024, 29348/2024) die soortgelijke schendingen al hadden veroordeeld. Daarentegen overstijgt het de meer restrictieve oriëntatie die in 2021-2022 naar voren kwam (Cass. nrs. 44646/2021, 38164/2022), volgens welke de behandeling in camerale zitting toch geldig zou zijn geweest indien de rechter een "gemotiveerd" negatief antwoord op het verzoek van de verdediger had gegeven.
Het Hof van Cassatie bevestigt met de uitspraak nr. 15098/2025 duidelijk het beginsel dat het recht op verdediging niet mag worden ingeperkt, zelfs niet in noodsituaties. De schriftelijke behandeling van het hoger beroep is mogelijk, maar alleen bij afwezigheid van een specifiek verzoek tot mondelinge behandeling. Voor juridische professionals is de uitspraak een waarschuwing: het respecteren van de vormen wordt substantie wanneer het de gelijkheid van de proceswapens beïnvloedt. Advocaten worden daarom opgeroepen tot waakzaamheid, terwijl rechters zich zullen moeten aanpassen aan een model dat werkelijk verenigbaar is met de fundamentele rechten van de beklaagde.